God is kennis  

EVANGELISCHE ZENDING BEM DO BRASIL
Roterende Bijbelstudie

Waarom zou een christen tiende en giften geven?

Geven van je Tiende

Voor het eerst komen de gave van de tiende tegen in Genenis 14:17-20.

17 Toen ging de koning van Sodom uit, hem tegemoet, nadat hij teruggekeerd was van het verslaan van Kedorlaomer en de koningen die met hem waren, naar het dal Sawe, dat is het Koningsdal. 18En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste. 19 En hij zegende hem en zeide: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, 20 En geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. En hij gaf hem van alles de tienden.
Wat herhaald wordt in Hebreeën 7:1-2 1 Want deze Melchisedek, koning van Salem, priester van de allerhoogste God, die Abraham bij zijn terugkeer na het verslaan van de koningen tegemoet kwam en hem zegende, 2 aan wie ook Abraham een tiende van alles gegeven heeft, is vooreerst, volgens de uitlegging (van zijn naam): koning der gerechtigheid, vervolgens ook: koning van Salem, dat is: koning des vredes.

Ondanks dat we voor Genesis 14 niets lezen over het geven van tienden, blijkt hieruit duidelijk dat het een gewoonte was om tienden te geven, hier in Genesis 14:18 aan de priester van de Allerhoogste God.
Het bevel om tienden te geven vinden wij in Numeri 18:21 Wat nu de Levieten betreft, zie, Ik geef hun alle tienden in Israël als erfdeel, een vergoeding voor de dienst die zij verrichten, de dienst van de tent der samenkomst.

Vragen over tiende:

  1. Ten eerste is het een bevel van de Here God
  2. Voor de werkers van God: hier de levieten (die op hun beurt weer hun tienden gaven aan de priesters)
  3. Waarom een tiende? Voor de dienst van het onderhoud en dienst in de tabernakel

Vervolg in het Oude Testament

Numeri 18: 24, 26 e 28: 24 Want aan de Levieten geef Ik als erfdeel de tiende, die de Israëlieten de Here als heffing brengen; daarom heb Ik van hen gezegd: In het midden der Israëlieten zullen zij geen erfdeel verkrijgen.. 26 Tot de Levieten zult gij spreken en tot hen zeggen: Wanneer gij van de Israëlieten de tiende ontvangt, die Ik u van hen als erfdeel geef, dan zult gij daarvan als een heffing voor de Here een tiende van de tiende brengen,.. 28 Aldus zult ook gij van al de tienden die gij van de Israëlieten ontvangt, een heffing voor de Here brengen en gij zult daarvan de heffing voor de Here aan de priester Aaron geven.
Deuteronomium 26-13-14 En gij zult voor het aangezicht van de Here, uw God, zeggen: Ik heb het heilige uit het huis weggedaan;ook heb ik dat gegeven aan de Leviet, de vreemdeling, de wees en de weduwe, geheel overeenkomstig het gebod, dat Gij mij gegeven hebt.Ik heb geen uwer geboden overtreden of vergeten; 14 In mijn rouw heb ik daarvan niet gegeten, noch daarvan iets weggedaan, terwijl ik onrein was, noch iets daarvan aan een dode gegeven; ik heb geluisterd naar de stem van de Here, mijn God, ik heb gedaan naar alles wat Gij ons geboden hebt.
2 Crônicas 31:12 Trouw bracht men de heffingen, de tienden en de heilige dingen. Het oppertoezicht daarover had de Leviet Konanjahu, en zijn broeder Simi.
Nehemia 10:37-38 De eerstelingen van ons gerstemeel (de ons opgelegde heffingen) en van alle boomvruchten, most en olie zullen wij tot de priesters, naar de vertrekken van het huis onzes Gods, brengen, en de tienden van onze akker tot de Levieten, en zij, de Levieten, zullen de tienden heffen in al onze landbouwsteden. 38 Een priester, een zoon van Aaron, zal de Levieten vergezellen, wanneer de Levieten de tienden heffen, en de Levieten zullen een tiende van de tienden brengen naar het huis van onze God, naar de vertrekken van het voorraadhuis. Lees ook Nehemia 12:33, 13:5, 12.
Amos 4:4 De Here God zegt: Komt naar Betel en pleegt afval, naar Gilgal; vermeerdert de afval! Brengt des morgens uw slachtoffers,op de derde dag uw tienden.
Maleachi 3:8-10 Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing.9 Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel. 10 Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer,opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de Here der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.

Deze tienden waren bestemd voor het levensonderhoud van Gods dienaren (de levieten en priesters) alsook voor de bouw en onderhoud van de tabernakel en later de tempel. Maar het bleef niet alleen bij de tienden, hier bovenop kwam de giften (offerten).

Èxodo 22:29 Hetzelfde geldt voor de eerste jongen van de runderen, van schapen en geiten.
Exodus 25:1-9 1 De Here sprak tot Mozes: 2 Zeg tot de Israëlieten, dat zij voor Mij een heffing inzamelen; van iedere man, wiens hart hem dringt, zult gij voor Mij een heffing inzamelen. 3 Dit nu is de heffing die gij van hen inzamelen zult: goud, zilver, koper;4 Blauwpurper, roodpurper, scharlaken, fijn linnen, geitehaar; 5 Roodgeverfde ramsvellen, tachasvellen en acaciahout; 6 Olie voor het licht, specerijen voor de zalfolie en voor het welriekend reukwerk; 7 Chrysopraasstenen en vulstenen voor de efod en voor het borstschild. 8 En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. 9 Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al zijn gerei.
Voor de vrijwillige giften, zie Exodus 35:21-29, 36:5-7.
Leviticus 25:35 Wanneer uw broeder verarmt en zich bij u niet meer staande kan houden, dan zult gij hem (vreemdeling en bijwoner) ondersteunen, opdat hij bij u in het leven blijve.
Vragen over giften: Er waren ook de verplichte gaven voor het eerste kind, de oogst, etc.

Dit alles dienden ter bouw en onderhoud van, en de dienaren in de tabernakel en later de tempel.

Wil graag Andrew Wommack citeren (een uittreksel):
Vandaag ga ik verder met het onderwijs over financieel rentmeesterschap. En vandaag ga ik spreken over de tienden. En we gaan het hebben over wat de Schrift te zeggen heeft over de tienden. Nogmaals, mijn benadering is anders dan hoe ik andere mensen erover heb horen prediken. Daarom wil ik je wat achtergrondinformatie geven. Ik ben opgevoed onder de leer dat de tienden een verplichting was. Mij is in feite geleerd dat de tienden iets is wat je God schuldig bent, en dat je vervloekt bent met een vloek als je geen tienden geeft, zoals in Maleachi 3.
Laat me even een gedeelte uit het Nieuwe Testament voorlezen, uit 2 Korintiërs 9 vers 6 waar staat: ‘Bedenkt dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten. 7 En ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief.’
De meesten van ons zijn wel vertrouwd met die laatste zinsnede in dit vers, dat God een blijmoedige gever liefheeft. Maar het éérste gedeelte zegt dat je moet doen naardat je in je hart hebt voorgenomen, niet met tegenzin óf gedwongen.
Laten we eens opzoeken Maleachi 3 vers 8. Dit zal voor velen van jullie een vertrouwd gedeelte zijn. Hier staat: ‘8 Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing. 9 Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel. 10 Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de HERE der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten. 11 Dan zal Ik, u ten goede, de afvreter dreigen, opdat hij de vrucht van uw land niet verderve en opdat de wijnstok op het veld voor u niet zonder vrucht zij, zegt de HERE der heerscharen.’
Dit vers 8 zegt: “Mag een mens God beroven? Toch beroven jullie Mij. En jullie zeggen: ‘waarin beroven wij U?’ In de tienden en offergaven.” Ik weet zeker dat l velen van jullie dit hebben horen zeggen: ‘Je berooft God als je de tienden niet betaalt.’
Ik hoorde iemand zeggen - ik heb het nooit persoonlijk nagetrokken - die al die offers die je moest brengen nazocht, de verschillende zondoffers, de feesten, vredeoffers en al die dingen, en als je al de tienden én de offers die door de oudtestamentische wet werden voorgeschreven, bij elkaar telde, dan kwam dit neer op 33%. Als iemand dus Maleachi 3:9 gaat gebruiken om te zeggen ‘je bent vervloekt met de vloek als je geen tienden geeft’ dan zou het Schriftuurlijk juist zijn als je daar ook nog offeranden bijtelt tot in totaal 33%! Dan zou je moeten zeggen dat als je niet minstens 33% geeft, dan ben je vervloekt.
Máár als je ze geeft met de gedachtegang uit Maleachi 3, zo van: ‘ik móet de tienden geven, want anders komt de toorn van God over me’, maakt dat je gave volledig onbruikbaar! Nogmaals verwijs ik naar het Schriftgedeelte dat ik al heb gebruikt uit 1 Korintiërs 13:3 dat als je alles wat je hebt, geeft om de armen te voeden of zelfs je lichaam geeft om te worden verbrand, maar niet vanuit Gods liefde of barmhartigheid, dan baat het je niets. Het motief achter je gave is belangrijker dan je gave zelf. Als jij geeft uit schuld, of gedwongen, uit noodzaak of verplichting, dan maak jij je gift onbruikbaar!

Dus is het een zaak van het Oude Testament? NEE, het vervolgt in het Nieuwe Testament.

Marcus 12:41-44 41 En Hij (Jezus) ging tegenover de offerkist zitten en zag met aandacht, hoe de schare kopergeld wierp in de offerkist. En vele rijken wierpen er veel in. 42 En er kwam een arme weduwe, die er twee koperstukjes in wierp, dat is een duit.43 En Hij riep zijn discipelen en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, deze arme weduwe heeft het meeste in de offerkist geworpen van allen, die er iets in geworpen hebben. 44 Want allen hebben erin geworpen van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede erin geworpen, al wat zij had, haar ganse levensonderhoud.
Lucas 20:24-25 Toont Mij een schelling; wiens beeldenaar en opschrift draagt hij? Zij zeiden: Van de keizer. 25 En Hij zeide tot hen: Geeft dan de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is.
Hebreus 7:1-11 1 Want deze Melchisedek, koning van Salem, priester van de allerhoogste God, die Abraham bij zijn terugkeer na het verslaan van de koningen tegemoet kwam en hem zegende, 2 aan wie ook Abraham een tiende van alles gegeven heeft, is vooreerst, volgens de uitlegging (van zijn naam): koning der gerechtigheid, vervolgens ook: koning van Salem, dat is: koning des vredes; 3 zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos. 4 Merkt dan op, hoe groot deze is, aan wie de aartsvader Abraham een tiende gegeven heeft van het beste van de buit. 5 Nu hebben zij, die uit de zonen van Levi het priesterambt verkrijgen, volgens de wet wel de opdracht tienden te heffen van het volk, dat is, van hun broeders, hoewel dezen uit de lendenen van Abraham zijn voortgekomen; 6 maar hij, die zich niet tot hun geslacht kon rekenen, heeft van Abraham tienden genomen en een zegen gegeven aan de drager der beloften. 7 Nu is het onwedersprekelijk, dat het mindere door het meerdere wordt gezegend. 8 En hier ontvangen sterfelijke mensen tienden, doch daar iemand, van wie wordt getuigd, dat hij leeft. 9 Ja, om zo te zeggen, is zelfs Levi, die tienden heft, door Abraham aan het tiendrecht (van een ander) onderworpen,10 want hij was nog in de lendenen van zijn vader, toen Melchisedek deze tegemoet kwam. 11 Indien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had, immers, daaronder heeft het volk de wet ontvangen - waarom was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de ordening van Melchisedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aaron is?

Dáárom is het geven van tienden ook VANDAAG DE DAG nog geldig !!!

Waarom is het geven van tienden noodzakelijk?

  1. De voorganger (diakenen en oudsten in grote kerken) hebben een salaris nodig om zorg te dragen voor de gemeenteleden (huisbezoeken, ziekenhuis bezoeken, bezoeken in gevangenissen etc.). De voorganger dient zijn preken voor te bereiden, de Bijbelstudie, de bidstonden, het organiseren van evangelisatie campagnes, etc.
  2. Het salaris van de personen in de zondagsschool, zij dienen zich voor te bereiden, het speelgoed en materiaal in de zondagsschool lokalen (televisie, DVDs).
  3. De huur dan wel hypotheek van het kerkgebouw.
  4. Het materiaal om te evangeliseren, de folders in kleurendruk (heden ten dage voldoet zwart/wit niet meer).
  5. Het onderhoud van het kerkgebouw, kerkbanken, schoonmaak, energie en water, telefoon, geluidsinstallatie, de instrumenten, visueel materiaal, etc.
  6. Onderhoud van zendelingen (salarissen, AOW, het materiaal wat zij nodig hebben op het zendingsveld) van de kerk.
  7. Voorstellingen tijdens Pasen en Kerst en andere gelegenheden.
  8. Verkondiging van het evangelie onder het Joodse volk.

Net zoals in het Oude Testament, BOVENOP de tienden, dienen de gelovigen in het Nieuwe Testament hun giften te geven:

Romeinen 15:16 om een dienaar van Christus Jezus voor de heidenen te zijn in de heilige dienst van het evangelie Gods, opdat de offergave der heidene (Gode) welgevallig wezen, geheiligd door de Heilige Geest.
Romeinen 15:25-27 25 Maar thans ben ik op reis naar Jeruzalem ten dienste van de heiligen. 26 Want Macedonie en Achaje hebben goedgevonden een handreiking te doen aan de armen onder de heiligen te Jeruzalem. 27 Zij hebben het immers goedgevonden, maar zijnhet ook jegens hen verplicht, want indien de heidenen aan hun geestelijke goederen deel hebben gekregen, behoren zij ook met hun stoffelijke goederen hen te dienen.

De apostel Paulus dringt er bij de gelovigen op aan om een giften te geven voor het onderhoud van de gemeente in Jeruzalem. Vertaalt naar onze eeuw:

  • Voor het onderhoud van de zendelingen in Afrika, Azië, China, en andere landen/gebieden
  • Sociale projecten
  • Semi-internaten voor kinderen en jeugd in zendingslanden (financiële adoptie zoals de BEM)
  • Projecten voor straatkinderen (India, Pakistan Filipijnen, Rio de Janerio, etc)
  • Evangelische boekenwinkels in Nederland en zendingslanden
  • Evangelische projecten

Vandaag leven wij dichtbij de Opname van de Gemeente, rest ons weinig tijd (dagen maanden maximum 15 jaar ??) om te evangeliseren. Wij leven in een eeuw waarin alles visueel is en internet, televisie, camera in 4k, projecties, bioscoop, spelletjes, mobiele telefoons. Dit zijn zeer dure zaken en de kerk kan niet achter blijven, wij moeten ook deze middelen van communicatie en presenties gebruiken.
Bijvoorbeeld, de EZBB werkt aan een project in 8K (bioscoop scherm kwaliteit). Dat is de toekomst, maar peperduur !

Vergeet niet dat de Here Jezus Christus al Zijn Heerlijkheid en Zijn Goddelijk Macht in de Hemel heeft afgelegd om als eenvoudig mens naar de aarde te komen en te leven. Om te lijden en te sterven aan het kruis van Golgotha. Hij heeft een enorm offer betaald om de mens te redden en te bevrijden van de zonde. Nu is het aan ons gelovigen om te groeien in kennis van de Bijbel vol te zijn met de Heilige Geest gehoorzaam te zijn aan de nieuwtestamentische regels (kerkbezoek, Bijbelstudie, christelijke levenswijze). En is het aan ons gelovigen om onze tijd en geld te geven om ongelovigen te redden (evangelisatie). Vandaag de dag is dat NIET goedkoop!

Geen enkele gelovige in de Here Jezus Christus is uitgezonderd om zijn tiende te betalen en zijn/haar giften te geven. Het bevel van de Here Jezus Christus geldt voor IEDERE GELOVIGE in Matteüs 28:19-20:

Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en LEERT hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. 20 En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.

Geen enkele gelovige ontsnapt dit bevel, elke gelovige heeft zijn of haar plaats in het lichaam van Christus: de één om te evangeliseren, de ander om de Bijbel te onderwijzen, weer een ander als zondagsschool juf, MAAR allen hebben de plicht voor het onderhoud en kosten: de tienden en giften. De één kan meer afdragen dan de ander, een rijke kan meer geven. Maar voor God is een ieder gelijk.

2 Co.9:7 En ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief.