God is kennis  

EVANGELISCHE ZENDING BEM DO BRASIL
Roterende Bijbelstudie

Bijbelstudie van Genesis 10-20

Knop Genesis 10 en 11Gen. 10 + 11Knop Genesis 12Gen. 12Knop Genesis 13Gen. 13Knop Genesis 14Gen. 14Knop Genesis 15Gen. 15Knop Genesis 16Gen. 16Knop Genesis 17Gen. 17Knop Genesis 18Gen. 18Knop Genesis 19Gen. 19Knop Genesis 20Gen. 20

Genesis 10 - Geslachtsregister

Verzen 1-32 Nu volgt een geslachtsregister van de 3 zonen van Noach. Een indrukwekkende lijst van nakomelingen.
Volgens studies kan men de aarde in drie delen verdelen: Europa, Azië en Afrika. Uit Jafet zouden de Europeanen geboren zijn. Uit Sem de Aziaten en uit Cham de Afrikanen. Daar Cham vervloekt werd, kan volgens mij dit een verklaring zijn waarom Afrika in zulke armoede verblijft en geen vooruitgang boekt. Anderzijds is dit wel een heel ernstige straf voor de zonde die Cham begaan heeft. Laat dit echter een les zijn. Alle tweede graads zonde (zonde die direct met het menselijke lichaam te maken hebben, zoals overspel, homofolie, pedofilie, moord, abortus, etc.) worden zwaar gestraft door God. De mens kan hiermede NIET spotten en lichtzinnig over denken. De zonde van Cham heeft zeer ernstige gevolgen voor zijn nageslacht. Voor meer informatie, zie Dr. Well's Geography of the Old Testament, Chapter iii.
Sommige bestreden de informatie hier gegeven door Mozes en beweren dat Mozes deze kennis niet kon hebben. Echter recente ontdekkingen in Egypte, bevestigen dat Mozes deze informatie kon hebben, gezien de geslachtsregisters op de ontdekte Egyptische zuilen.

Vers 8 Nimrod was de eerste machthebber op aarde. Of dit betekent dat hij de eerste was die macht had, dan wel dat hij de eerste was die andere onder zijn macht onderwierp, is niet duidelijk. Feit is dat hij geen respect had voor God en andere onder zijn macht onderwierp. Noach was nog in leven toen Nimrod de macht nam. Nimrod was eerder beestachtig dan menselijk. Volgens Calvin betekent de woorden "Voor het aangezicht des Heren" dat hij zichzelf boven de mensen stelde (en gelijk aan God).

Vers 11 Nimrod is de bouwer van Nineve, waar later Jona naar toe wordt gezonden om te preken tot bekering. In Jesaja lezen we hoe de Chaldeeërs Babylon bouwen op de ruïnes van Nineve.

Vers 25 In zijn dagen werd de aarde verdeeld. Of dit betekent dat Amerika werd afgescheiden van Europa en zich verplaatste waar Noord en Zuid Amerika zich tegenwoordig bevinden, is niet duidelijk.
Uit de nakomelingen van Sem (zie Genesis 11:10, 17 en 26) is de aartsvader Abram geboren.

Genesis 11 - De Toren van Babel

Vers 1 Hoe goed was het op aarde, alle mensen spraken één taal en konden elkaar verstaan. Nu hebben wij grote problemen, moeten elkaars taal leren om te communiceren en de Bijbel in vele talen en dialecten vertalen om Gods Woord bij de mensen te brengen. Gaan wij er van uit dat mensen die een dialect spreken ook de landstaal beheersen, dan komen wij heden uit tussen de 6000-7000 talen over de gehele wereld. Zeer bedroefd. De volledige Bijbel is slechts in 450 talen vertaald en delen van de Bijbel in meer dan 2000 talen.
Bijna geen enkele website met Bijbelstudies heeft meer dan één taal. Dit komt mede door de enorme verdeeldheid van de kerken, ook binnen de eigen geloofsgemeenschap. Terwijl een grote website van een religieuze sekte in meer dan 1000 talen en gebarentaal is vertaald. Waar zijn onze broeders en zusters in Jezus Christus, die bereid zijn tot vertalen?

Verzen 2-4 Hoe boos is het mensenhart. Met enorme inspanning van het maken van tichelen en gebruik van asfalt, wil de mens een hoge toren bouwen. Vele mensen werken aan de bouw en daarmede God verwerpende.
Opnieuw de opstand tegen God. Geen les geleerd dat de zondvloed een straf van God was over de zonden van de mens. Nee, zij wensen een toren te bouwen die reikt tot in de hemel (=wolken) zodat een zondvloed hen niet opnieuw kan verdelgen. Wat een hoogmoed en eigenwijsheid. Had God niet beloofd en een verbond met als teken de regenboog gesloten, dat Hij de aarde niet meer zou vernietigen middels een zondvloed.
Wanneer begon de bouw van de toren. Een juiste datum is niet te geven. De naam Peleg (vers 18) betekent "deling, scheiding", mogelijk hebben zijn ouders deze naam gegeven na de spraakverwarring. Peleg werd omstreeks de 101 jaar na de zondvloed geboren. Dat betekent dat Noach nog leefde. De vraag is waarom Noach niet protesteerde, of was Nimrod een zeer sterke tiran?
Les: Laten wij als gelovigen onze stem horen en protesteren wij tegen de overtredingen door de overheden van Gods geboden? Laat de mens zijn verstand gebruiken, en niet tegen God in opstand komen. God heeft het goede voor met de mens. Zijn gebod was vermenigvuldig en wordt talrijk en bevolk de gehele aarde. Bij de bouw van de toren van Babel kwam de mens in opstand en verwierp God. Hoeveel mensen verwerpen tegenwoordig God en Gods geboden? God strafte met een spraakverwarring. Spoedig komt de Grote Verdrukking met de plagen en vernietigingen. Met uiteindelijk Gods oordeel van elk individueel mens. Ben je gereed voor Gods oordeel over jouw leven?

Verzen 5-6 God kijkt naar de aarde. God is onzichtbaar voor de mens. God staat niet toe dat de mens God en de engelen (slechts weinigen zien satan en demonen) ziet. Ondanks alle telescopen om ander leven te ontdekken. Vanuit dit vers is duidelijk dat God van tijd tot tijd de aarde bezoekt en kijkt wat de mensen op aarde aan het doen zijn. Maar ook de gebeden van de gelovigen vertellen duidelijk genoeg wat de mensen op aarde doen. Hoe zeer zij Gods geboden verwerpen. Nu nog zijn het de gebeden van de gelovige die het kwaad weerhouden en Gods gramschap. Maar na de Opname van de Gemeente, wie bidt nog voor de boosheid van de mens, wie weerhoudt Gods gramschap. Het Beest en de Anti-Christ zullen de mensen nog verder in opstand tegen God brengen. Wee de mens!
God kent de gedachten van de mens: Zij denken dat niets voor hen onuitvoerbaar zal zijn. Hoe is de huidige mens? Met onderzoek naar ander leven op planeten. Experimenten met het plaatsen van het menselijk brein in robots zodat men "eeuwig" leeft. Maar jammer voor de wetenschap, tot op heden falen de experimenten. Maar het bewijst de opstand tegen God.

Verzen 7-8 Jammer voor de mens, God is machtiger. God zendt met gemak de spraakverwarring. Mensen kunnen elkaar niet meer verstaan en de bouw moet worden gestaakt. God lacht om de dwaasheid van de mens en hun eigen vertrouwen en wijsheid. De mens is arrogant. Maar met een simpele spraakverwarring maakt God een einde aan hun hoogmoed.
Laat ONS neerdalen. ONS zijnde God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
De mens wenste de toren te zien en bijeen te blijven. God had bevolen de gehele aarde te bewonen en dwingt nu de mens zich te delen en zich te verspreiden over de aarde.

Vers 9 Babel is afgeleid van het Hebreeuwse woord balal, "verwarring brengen".

Verzen 10-28 Specifiek worden de kinderen geboren uit Sem genoemd. Een geslacht dat wel God eerde. Noach en Sem leefde nog om dit nageslacht te zien en te onderwijzen en te verhalen omtrent de reden van de zondvloed. Mogelijk werd Abram geboren terwijl Noach nog in leven was dan wel spoedig na zijn dood.
Volgens Jozua 24:2 waren Terach, de vader van Abram, en de vader van Nachor ontrouw aan God en dienden zij andere goden.

Vers 27 Terach verwekt Abram, Nachor en Haran. Uit Haran wordt Lot geboren. Niet noodzakelijk behoeft Abram de eerstgeborene te zijn. Mozes houdt niet een juiste volgorde van geboorte aan.

UrVerzen 29-32 Abram neemt Sarai als vrouw en Nachor neemt Milka als vrouw. Zij verlieten Ur der Chaldeeën en gingen wonen in Haran.
Source: bibleatlas.org De meest algemeen aanvaarde theorie op dit moment is dat Ur geïdentificeerd moet worden met de moderne Mugheir (of Mughayyar, "het pikachtige") in Zuid-Babylonië, Urumma of Urima en later Uru met de inscripties. Dit grenst aan het district dat in het 1e millennium voor Christus heette Chaldea (Kaldu).
Dit is in overeenstemming met het standpunt van Eupolemus, omdat Camarina van de Arabische naam van de maan qamar kan zijn, wat misschien verwijst naar het feit dat de oude stad was gewijd aan de aanbidding van de maangod. Een ander argument dat naar voren wordt gebracht voor deze identificatie is dat Haran, de stad waarnaar Terah migreerde, ook een centrum was van de aanbidding van de maangod. Dit is echter onzeker, omdat Urumma of Urima in de tijd van Abraham een Soemerisch centrum was, en de zetel van de Nannar-eredienst, terwijl Haran Semitisch was en toegewijd aan Sin. Hoewel deze twee goden in latere eeuwen met elkaar werden geïdentificeerd, lijkt het argument nog steeds weinig gewicht te hebben, aangezien andere goden ook prominent werden aanbeden in die steden, met name Haran, wat ons er ook aan herinnert dat de Talmoed zegt dat Terah niet minder dan 12 goden had.
Er moet worden vermeld dat er geleerden zijn die met de Septuagint vasthouden dat Ur betekent, niet een stad, maar misschien een land waarin de patriarch zijn kuddes weidt, zoals bijvoorbeeld het land Uri of Ura (Akkad). De benaming "van de Chaldeeërs" was in dit geval bedoeld om het te onderscheiden van het land waar ze niet werden gevonden. Einde bron.

Terug naar topTerug naar boven


Genesis 12 - Abram in Kanaän

Verzen 1-2 Hoe Abram de boodschap heeft ontvangen om uit zijn land te gaan, vermeldt de Bijbel niet. Mogelijk door een direct gesproken stem of middels een droom. Duidelijk is dat Abram WEET dat God tot hem gesproken heeft. Het is een duidelijk opdracht:

  1. Ga uit uw land. Het land waar de bevolking de afgoden aanbidt en dient.
  2. Ga uit uw maagdschap en uws vaders huis. Verlaat je familie, neem hen niet mee.
  3. Naar een land dat Ik u wijzen zal. God vraagt geloof van Abram en vertelt nog niet welk land.
  4. Ik zal u een groot volk maken. Dit is een belofte van God aan Abram, en vraagt geloof van Abram omdat zijn vrouw onvruchtbaar is. Hoe kan Abram een groot volk worden, terwijl zijn vrouw onvruchtbaar is. Dat vraagt geloof. Zo vraagt God ook geloof van de gelovige wanneer Hij een opdracht geeft. Niet altijd weet de gelovige wat het einde zal zijn van de opdracht (een land zal Ik u wijzen) en soms lijkt de opdracht onmogelijk (de onvruchtbaarheid van Sarai). God vraagt geloof.
  5. Ik zal u zegenen. De opdracht en belofte gaat met een zegen gepaard. Dat wil zeggen u behoeft niet te vrezen voor het kwade. Ik ga met je mee en zegen je. Dit geldt ook voor de gelovige. Met Gods opdracht gaat de zegen mee. Het is God Die strijdt tegen satan en demonen, en onze menselijke vijanden.
  6. Ik zal u naam groot maken. Abram is onder de meeste volken bekend, de Israëlieten, de christenen, in de Islam. De naam van Abram, later Abraham, is groot geworden. Maar niet slechts zijn naam, door het geloof (in Jezus Christus) is het grote volk van christenen ontstaan.
  7. En u zal tot zegen zijn. Uit Abram zijn de Joden en Israëlieten geboren. Maar ook de christen. Een ieder die gelooft in de Here Jezus Christus als zijn of haar Verlosser en Heer, krijgt eeuwig leven in de Hemel. Een enorme zegen.

Vers 3 Wat een belofte en macht wordt aan Abram gegeven. Wie Abram zegent, zal God zegenen. Wie Abram vervloekt, zal door God vervloekt zijn. Ondanks deze belofte, wankelt het geloof van Abram en is hij bevreesd voor de Egyptenaren en Farao (verzen 12-14).
Een zelfde macht van binden ontbinden, wordt eerst aan de discipelen gegeven en daarna aan de gelovigen in Mat. 18:18.
Met u zullen alle geslachten op aarde gezegend worden. De mens is vervloekt door de zonde, maar door geloof is er redding en zegen. De mens kan onder de zonde uit komen door geloof. Abram is bekend door zijn geloof. Hebreeën 11 geeft een duidelijk verslag dat geloof de basis is. Door geloof ontvangt men Gods zegen.

Reis AbramVers 4 Abram vertrouwt volledig op God. Hij was een rijk man met veel bezit. Toch acht hij dit van geen waarde en verlaat het land. Maar Lot gaat met hem mee, die hem later tot veel last zal worden. Waarom ging Lot met hem mee? Dat vermeldt de Bijbel niet. God had Abram bevolen uit zijn vaders huis te gaan. Vroeg Abram aan Lot om met hem mee te gaan? Of was het een keuze van Lot zelf om met Abram mee te gaan?
Les voor de gelovige. Wees voorzichtig wanneer je een opdracht van God hebt ontvangen. Vertrouw op God en ga niet in zee met anderen (ongelovige, familie) tenzij God je dot bevolen heeft.

Vers 5 Abram laat niet alles in de steek, hij neemt zijn vrouw mee, Lot en zijn familie, en zijn bezit. Dat moet een indrukwekkende stoet zijn geweest die door vele landen reist en zijn reis langzaam deed voortgaan. Stap voor stap, van plaats tot plaats, totdat God de door Hem bepaalde onbekende land bereikt, het land Kanaän. Een afstand van ruim 800 km. Abram kende geen kamelen, alleen ezels (Gen. 22:3). Gewoonlijk kon een nomade met ezels, dertig km per dag afleggen. Abraham met zijn gevolg is veel langzamer, als wij aannemen een 15 km per dag, dan heeft zijn reis 825/15 ruim 55 dagen geduurd. Als hij reisde zonder rustpauzes.

BetelTerebintVers 6 Een terebint is een boom met een dichte bladerdak bekend om zijn heerlijke, koele schaduw. Moré betekent “leraar” en heeft dus met kennis te maken. God leert Abram onder deze boom kennen Wie Hij is.
Het beloofde land is niet onbevolkt, er wonen de Kanaänieten. Een ruw en goddeloos volk. Zo ook de gelovige. De gelovige woont in de wereld, vol zonde en afschuw van God en Gods geboden.

Vers 7 Hier is de Bijbel duidelijk: God verscheen aan Abram. Maar in welke vorm? Want Mozes kon God niet aanschouwen, geen mens kan God zien zonder te sterven. Zo moeten wij denken in de vorm van een engel?
Opnieuw volgt een belofte van God: aan uw nageslacht zal ik dit land geven. Dit land wordt nader gedefinieerd in 15:18-21. Ondanks deze belofte is Abram in vers 12 bevreesd voor zijn leven.
Abram is God dankbaar en bouwt een altaar. Ongetwijfeld ging dit gepaard met offers, vergelijk 8:20. Hoe is de houding van de gelovige, brengen wij dagelijks dankzegging voor ons eten en drinken, Gods bescherming over ons en onze gezin, de verlossing door Jezus Christus en de kracht en leiding door de Heilige Geest?

Verzen 8-9 Abram doortrekt het land. Bouwt altaren en toont aan de Kanaänieten zijn geloof in de God des Hemels. Zo is ook de gelovige geroepen om duidelijk aan de mensen in de wereld het geloof in God en Jezus Christus te tonen in een wereld vol van zonde en ongeloof.

Verzen 10-15 Zie hier het ongeloof van Abram. Abram verlaat het beloofde land en vertrekt naar Egypte. Gevolgd door nog meer ongeloof: de opdracht van een halve leugen aan zijn vrouw Sari, zeg dat je mijn zuster bent. Sarai was een schone vrouw van uiterlijk. Abram was 75 jaar toen hij uit Haran vertrok, ging van plaats tot plaats in Kanaän, dus als wij aannemen dat Abram een 80 jaar was toen hij naar Egypte ging, en zijn vrouw 10 jaar jonger was, dan was zij circa 70 jaar. Een vrouw van 70 jaar met een schoon uiterlijk!
Sarai was de dochter van Terach en de halfzus van Abram. Gen. 20:12 De dochter van mijn vader, maar niet de dochter van mijn moeder, en zij is mij tot vrouw geworden. Sarai betekent "mijn vorstin of voorname vrouw". Maar later, toen God opnieuw aan Abram verscheen en diens naam veranderde in Abraham ("vader van een menigte"), moest Abraham de naam Sara aan zijn vrouw geven, Gen. 17:15. Deze naam betekent "vorstin of de opperheerschappij hebben".
De Egyptenaren waren een ruw volk die niet ontzagen om een man te doden om zijn mooie vrouw. Sarai moet wel bijzonder mooi zijn geweest ondanks haar hoge leeftijd, dat dit opvalt bij de Egyptenaren die dit zelfs bekend maken aan Farao. Nee, niet een der vorsten van Farao nemen haar, zij willen haar aan Farao zelf schenken.
Sarai wordt van Abram weggehaald en geplaatst in het huis van Farao. Zie Esther 2:7-14, het duurde een bepaalde tijd voordat de koning gemeenschap had met de geselecteerde vrouw.

Verzen 16-17 Abram ontvangt zeer veel rijkdom vanwege dat Sarai in het huis van Farao is gekomen om een (van de vele) vrouw te worden van Farao.
Farao hoewel onschuldig en onwetend, wordt door God met zware plagen geslagen. Lust van de mens is een grove zonde. God laat op deze manier weten dat er een zonde in het huis van Farao is. Soms gebruikt God een zwaar letsel, een dodelijke of ernstige ziekte om een ongelovige tot geloof te brengen. God geeft een kans aan Farao (en aan de ongelovige). God voorkomt dat Farao overspel pleegt.

Vers 18 Farao gaat zich afvragen waarom deze rampspoed in mijn huis? Wanneer zijn deze plagen begonnen? Hij laat onderzoek doen. En men komt achter de waarheid: Sarai is de vrouw van Abram. Zijn reactie is niet tot opdracht van het doden van Abram (zoals bij het overspel door koning David, om de man te doden van de vrouw). Nee, hij weet dat een hogere MACHT, een God, achter deze plagen is. Hij vreest en laat Abram bij zich roepen.
Hoe is de ongelovige (of gelovige)? Gaat hij of zij op onderzoek naar de oorzaak van een ernstige of dodelijke ziekte? Ziekte is een oorzaak van zonde, soms ter verheerlijking van God (Joh. 11 dood en opwekking van Lazarus), soms omdat God de gelovige thuis wil halen. Maar ten ALLETIJDE dient de (on)gelovige de oorzaak te onderzoeken!

Vers 19 Farao roept Abram ter verantwoording: Waarom? Na hem gehoord te hebben, neemt Farao de juiste beslissing. Neem uw vrouw en ga heen. Farao verwijdert de zonde, begaan in onwetendheid, uit zijn leven.
Zo dient de (on)gelovige de zonde uit onwetendheid te verwijderen uit zijn/haar leven. God geeft de kans na de mens gewaarschuwd te hebben. Aan de mens is de vrijwillige keuze. Deze Farao liet zich corrigeren. De Farao van Mozes volhardde en vond de dood. De mens kan tot geloof en berouw komen en zijn/haar leven winnen. Of volharden in zonde en de eeuwige dood verdienen.

Vers 20 Farao gaf opdracht om hem, zijn vrouw en zijn bezit uit te geleiden. Farao bant de zonde uit en VERWIJDERT. Farao wenst niets meer hiermede te maken.
Les: Het is een definitief afscheid nemen van de bekende zonde. Na tot geloof te zijn gekomen, dient men definitief afscheid te nemen van het wereldse leven. Geen lust meer tot overspel, tot drank en drugs, het wereldse leven van rijkdom en bedrog, van zonde. Maar een heilig leven onder leiding van de Heilige Geest.

Terug naar topTerug naar boven


Genesis 13 - Vertrek Abram uit Egypte

Verzen 1-2 In opdracht van de Farao verlaat Abram Egypte en keert terug naar het beloofde land, het Zuiderland van Kanaän. Hij neemt al zijn bezit mee, nevens de rijkdom geschonken door Farao, en zijn familie. Enige bronnen vermelden dat Abram 300 mannelijk knechten had en Lot mogelijk eenzelfde aantal. Nemen wij aan dat deze knechten getrouwd waren en kinderen hadden, dat was het een indrukwekkende stoet. Ook het vee moet aanzienlijk zijn geweest als daarvoor 300 knechten nodig waren.
God heeft Abram rijkelijk gezegend met vee, zilver en goud. Hieraan zien wij dat rijkdom op zich geen bezwaar is voor God. Ook koning Salomo had een gigantische rijkdom, maar kwam ten val omdat hij er niet mee wist om te gaan. Maar hoe gaan wij hiermee om? Danken wij God hiervoor? En besteden wij dit tot welzijn van andere (arme) mensen en tot verspreiding van het evangelie? Belemmert deze rijkdom niet onze relatie met God?
Het toont in elk geval dat absolute armoede niet noodzakelijk is. Het alles wegdoen en in pure armoede gaan leven, is niet de weg die tot de Hemel leidt. God heeft de mens een gezond verstand gegeven. De rijke mag zijn rijkdom gebruiken tot eer en dankzegging van God en voor Gods werk, evangelie verkondiging, zending en ondersteuning van de armen. De rijke dient goed te luisteren naar God, hoe God wil dat hij of zij de rijkdom gebruikt.

Verzen 3-4 Abram doortrekt het beloofde land van uit het Zuiden totdat hij weer in Betel komt, de plaats waar hij de eerste keer (toen hij uit Ur kwam) een altaar bouwde. Opnieuw roept Abram God aan, ongetwijfeld met een offer.

Verzen 5-7 De grote rijkdom leidt tot problemen tussen Abram en Lot. Lot de neef van Abram had mogelijk een goede relatie met zijn oom Abram. Echter hun knechten twisten. In een kerk kan de voorganger een goede relatie hebben met de oudsten en diakenen. Maar de gemeenteleden kunnen onderling ruziën met elkaar. Dan dient de voorganger als leider in te grijpen. Twist onder christenen brengt vaak scheuring. De voorganger dient echter leider te zijn en niet bang te zijn voor terechtwijzingen en tucht. Wenst een gemeentelid of leden zich niet te onderwerpen aan de beslissing van de voorganger en/of kerkraad, dan moet men niet bang zijn om de betrokken persoon/personen zich uit de kerk te verwijderen en elders een kerk te zoeken, waarin men zich wel thuis voelt.
Er dient eenheid binnen een kerk te zijn. Iedere gelovige heeft zijn eigen opvattingen, maar de kerk heeft zijn eigen statuten en geloofsbelijdenis vastgelegd in de kerkstatuten. De naaste liefde moet duidelijk zichtbaar zijn in de kerk. Twist, ruzies en het niet tonen van zich onderwerpen aan Gods geboden leiden tot een slechte naam van een kerk en haar getuigenis aan de buiten wereld. Rijkdom van een voorganger/oudsten geven een slecht getuigenis als deze persoonlijk moeten besteed en de kerk niet de tiende gebruikt voor evangelisatie, zending en ondersteuning van armen.

Verzen 8-9 Abram zijnde de oom van Lot en dus ouder dan Lot, geeft echter de keuze aan Lot om land te kiezen. Toch zien wij in vers 11 dat Lot zich het beste voor zichzelf kiest en zijn oudere oom niet respecteert. Abram vertrouwt op God dat God voor hem zal zorgdragen en maakt zich geen zorgen over de keuze van Lot.

Verzen 10-11 Lot kiest het beste voor zich. Hij kijkt naar het uiterlijke, een streek rijk aan water. Water noodzakelijk om zijn vele vee van drinken te voorzien. Hij vergelijkt de streek aan het land Egypte, vol rijkdom. Maar hij kijkt niet naar het zware zondige leven van de bewoners van deze streek. God bewaart Abram voor deze bewoners, beschermt hem door de keuze van Lot. Het is God Die leidt en stuurt. Het is God Die de gelovige beschermt en strijdt tegen satan en demonen, mits de gelovige op Gods weg blijft. Lot kijkt naar het uiterlijke, de gelovige die kijkt naar wat de wereld aan rijkdom (prostitutie, drugs, feesten, luxe auto's en huis, etc.) te bieden heeft. En vergeet de rijkdom die hem of haar wacht in de Hemel, die eeuwig duurt.
Lot zal later een hoge prijs betalen bij de verwoesting van Sodom en Gomorra, en zijn bezittingen en vrouw verliezen. De gelovige die in de wereld leeft, kan tijdelijk genieten van het wereldse leven. Echter na de dood verliest men alles en leidt armoede voor eeuwig in de Hemel, als men ok niet het eeuwige leven in de Hemel verliest.

Verzen 12-13 Abram blijft wonen in Kanaän. Lot trekt naar de streek van Sodom en slaat zijn tenten op bij Sodom. Om later IN Sodom te gaan wonen. Eerst bij en later IN. Een gelovige kan de fout in gaan door eerst te kijken naar de lusten genoten van de wereld, voorzichtig de eerste stappen zetten door Gods geboden aan de kant te zetten. Om vervolgens opgeslokt te worden IN de wereld en God volledig aan de kant te zetten: geen Bijbelstudie, geen Bijbellezen, geen gebed, geen tiende en offerte. Volledig eigen genot.
God is tolerant, de mannen in Sodom waren zeer slecht en zondig. Toch maakt God niet onmiddellijk een einde aan hun bestaan. Hij geeft hun een kans tot berouw. Hun slechtheid neemt slechts toe tot het uiterste en God besluit tot vernietiging. Zo ook heden, de slechtheid van de mensen neemt slechts toe. Meer en meer zet men en regeringen Gods geboden opzij (o.a. abortus, euthanasie, vrije seks, pedofilie, seks met dieren, overspel). Maar de maat is spoedig vol en de Grote Verdrukking is nabij, dan zal Gods toorn zich over de aarde met allerlei plagen worden uitgestort en tot slot het einde van deze aarde en komt de Nieuwe Aarde.

Verzen 14-15 Abram behoeft geen berouw te hebben dat zijn neef Lot zich van hem verwijderd heeft. De belofte gegeven in Ur aan Abram wordt door God herhaald. God laat Abram het gehele land zien, en belooft het aan zijn nageslacht te geven. Abram dient geloof te hebben, want zijn vrouw is onvruchtbaar, dus vertrouwen dat zijn vrouw ooit zal baren. De gelovige dient te wandelen in Gods belofte, niet ziende wat hij/zij ziet, maar gaan in geloof.
Het is een belofte voor altoos aan hem en zijn nageslacht. Het nageslacht zijn de Joden (twee stammen) en de Israëlieten (tien stammen) die voor eeuwig zullen wonen (15:18) in het land van de rivier van Egypte tot de Eufraat. Dat is dus een veel groter gebied dan het huidige Israël. En beslaat de Sinaï woestijn en Iran.

Vers 16 Het nageslacht van Abram zal zo groot worden als het stof der aarde, dat niemand kan tellen. De Joden wonen in Israël, niet de Israëlieten. Vandaar dat het beloofde land zal reiken van de rivier van Egypte tot de Eufraat om ook de Israëlieten te doen wonen.
Het lot van de tien stammen is een bron van speculatie. Waarschijnlijk vluchtten veel Israëlieten in 722 v.Chr. voor de Assyriërs naar Juda en assimileerden daar. Van de tien stammen werd een groot deel weggevoerd en ging op in de bevolking van het Assyrische Rijk en een deel vermengde zich met de bewoners van het Juda. De geschiedschrijver Flavius Josephus schreef over de tien stammen het volgende "... terwijl de tien stammen voorbij de Eufraat verblijven tot nu toe, en ze zijn een ontzettend grote menigte, waarvan het aantal niet geschat kan worden. In 2005 lopen de schattingen uiteen van 13 tot 15 miljoen Joden. Daar men niet weet wie een Israëliet is, is het onmogelijk een schatting te maken van hun aantal.

Verzen 17-18 God geeft Abram de opdracht het land te doortrekken en te bekijken hoe rijkelijk Gods belofte is. Daarna ging Abram wonen bij Hebron en bouwt hij weer een altaar uit dankbaarheid voor het beloofde en bezichtigde land.

Terug naar topTerug naar boven


Genesis 14 - Abrams overwinningen

Mesopotamische strijdkrachtenVerzen 1-12 Dit strekt tot een les voor de gelovigen, om drie redenen:

  1. Met een zwakke terechtwijzing, vermaande Lot de inwoners van Sodom tot berouw, ze waren echter onvoorstelbaar slecht geworden en hadden vastbesloten in verdorvenheid. Maar Lot werd gepijnigd met deze plagen, begerig en verleid door hun rijkdom. Hij had zichzelf vermengd met onheiligheid en slechte mannen.
  2. God uit medelijden met Lot, wekte Abram als wreker en bevrijder op om Lot uit gevangenschap te redden, uit de hand van de vijand. God toont Zijn ongelooflijke goedheid en welwillendheid voor Zijn eigen volk. Dit wordt getoond, want terwille van één familie bewaart Hij een tijdlang veel mensen die totaal slecht zijn. Tijdelijk tot de definitieve vernietiging van Sodom en Gomorra.
  3. God Abram goddelijk vereerd met een rijkelijke overwinning en zegen door Abrams overwinningen, persoonlijk, welke een verwijzing is naar het Koninklijk en Priesterschap van Christus.

Dal SiddimBitumenHet dal Siddim wordt verondersteld zich te bevinden aan de zuidkant van de Dode Zee waar moderne bitumenafzettingen zijn gevonden met betrekking tot de teerputten (asfalt, slijmputten). De vallei vol zat met veel van deze kuilen waar de legers van Sodom en Gomorra tijdens hun terugtrekking uit de Mesopotamische strijdkrachten in terecht kwamen. Mogelijk door de vernietiging van de steden Sodom en Gomorra door het Goddelijk vuur en zwavel is Siddim een zoute zee geworden, wat nu de Dode Zee is.
De DODE ZEE is een zoutmeer begrensd door Jordanië. Het oppervlak en de oevers zijn 430 meter onder de zeespiegel. Het laagste niveau van aarde ter wereld. De dode zee is 300 (990 ft) diep, het diepste zoutmeer ter wereld. Het zoutgehalte is 33% en daarmee tien keer zo hoog als in de zee of oceanen.

Vers 13 Een weet te ontvluchten uit de strijd en gaat naar Abram, om te vertellen dat zijn neef Lot gevangen is genomen en niet ontkomen is aan de strijd. Laat dit een les zijn voor de gelovige. Wanneer men in de wereld met zijn slechtheid wenst te blijven leven, dan heeft dit gevolgen. Men valt ten prooi aan het oordeel van de ongelovigen. Men zet zijn of haar leven in de Hemel op het spel. God kan genade schenken en door het gebed van medegelovigen, redding en genade schenken. Maar als er geen medegelovigen zijn die voor de wereldse gelovige bidden, kan het zijn dat men achterblijft bij de Wederkomst van Christus en men tijdens de Grote Verdrukking een hernieuwde keuze dient te maken.

Vers 14 Ongetwijfeld heeft Abram God geraadpleegd wat hij moet doen, want met een kleine legermacht van slechts 318 man, gaat Abram in de achtervolging.
Ofschoon Abram en zijn knechten onder Gods bescherming stonden, waren deze mannen getraind in de strijd. De strijd tegen wilde dieren (leeuwen, wolven) en dieven die de enorme hoeveelheid vee van Abram wilde roven.
De gelovige leeft in de wereld, maar is geen deel van de wellust en zonde, en dient gewapend te zijn met de geestelijk wapenuitrusting van Efeze 6. Zonder deze wapens, is geen overwinning mogelijk!

Vers 15 Abram doet een onverwachte aanval en valt aan in de nacht. Hij verdeelt zijn troepen en valt aan alle kanten aan, en achtervolgt totdat de vijand is verslagen. Les voor de gelovige, val satan en demonen aan met de geestelijke wapenuitrusting. Blijf niet passief, geef je tienden, steun geestelijke leiders en zendelingen financieel en vooral in gebed. Vorm een front middels gebedsgroep, staat niet alleen! Abram was met een gering aantal, maar behaalde de overwinning. De gebedsgroep mag klein zijn, echter God heeft de overwinning beloofd.

Vers 16 Abram bevrijdt zijn neef en familie, als ook de inwoners van Sodom, met hun goederen. De gelovige dient de gevallen broeder of zuster maar tevens de ongelovige (met zijn/haar slechtheid = de inwoners van Sodom) te bevrijden uit de macht van satan en demonen.

Vers 17 Ofschoon de koning van Sodom wist dat Abram uittrok om zijn neef Lot te bevrijden, ziet hij dat Abram ook de inwoners van Sodom heeft bevrijd en al hun bezit. Daarom trekt de koning van Sodom Abram tegemoet uit dankbaarheid. Abram heeft de Mesopotamische strijdkrachten verslagen en de koning van Sodom heeft in de toekomst niets meer van hen te vrezen. Ondanks deze les, volharden de inwoners van Sodom in een slechtheid en zonde. De kans tot berouw en zich te bekeren van hun zonde, grijpen zij NIET aan. De mensheid heeft de kans tot berouw van zonde. Echter bij volharding volgt het definitieve oordeel, de vernietiging (van Sodom met vuur en zwavel, de poel des vuurs).

MelchisedekVerzen 18-19 Melchisedek betekent "Koning van gerechtigheid" en was de koning van Salem en priester van El Elyon (vaak vertaald met "God de Allerhoogste").
Melchisedek bracht Abram brood en wijn. Het was Jezus die voor de eerste keer brood en wijn gaf aan zijn twaalf discipelen, de instelling van het Heilige Avondmaal.
Hij nu was een priester van God, de Allerhoogste. Zo was en is Jezus Christus de Hoge Priester van God, de Vader (Hebr. 7-8:13). Salem wordt verondersteld Jeruzalem te zijn.
Melchisedek zegent met de zegen van God, de Allerhoogste. De Schepper van hemel en aarde. Het is niet zo maar een zegen, het is van de God, die hemel en aarde heeft geschapen. De God Die in de Hemel (Allerhoogste) leeft.

Vers 20 Het is niet Abram die de overwinning heeft behaald, het is door de macht van God dat hij heeft overwonnen. Zo ook de gelovige, wij kunnen in eigen kracht satan en demonen niet overwinnen, de gelovige kan niet in eigen kracht zonde overwinnen en ongelovigen voor Jezus Christus winnen. Het is de kracht Gods, die de gelovige in staat stelt.
En Abram gaf een tiende van alles aan Melchisedek. Sommige beweren dat het Melchisedek was die tiende gaf aan Abram. Dit is onjuist getuige Hebr. 7:9. Het is Abram die tiende geeft van de overwinning aan Melchisedek. Let op dat dit reeds een gewoonte was, lang voordat het werd ingesteld door de wet van Mozes. Het geven van tiende is een vrijwillige gave. Gelovigen die beweren dat de tiende niet van het Nieuwe Testament is, zijn fout. Wij zien hier dat het een VRIJWILLIGE GAVE is, geen verplichting.

2 Cor. 9:7 Een ieder doe, naarmate hij zich in zijn (haar) hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want GOD heeft de BLIJMOEDIGE GEVER lief.

Kijken wij naar de Oudtestamentische wet, dat overtreft dit verre de tiende. Tiende over de oogst, geboorte van het kind, en veel meer. Sommige berekeningen komen tot 33%. God wil dat de gelovige schenkt vanuit een dankbaar hart dat de Jezus Christus aan het kruis heeft geleden en gestorven en jij eeuwig leven in de Hemel heeft geschonken. Dat is een zodanige grote geschenk, wat als gelovige onmogelijk is om uit te drukken een het geven van tiende (ook al geven enkele rijken tot 90%) en offertes.
De tiende wordt geschonken aan Melchisedek, de vertegenwoordiger van God. Het is niet een persoonlijke gave aan Melchisedek zelf, maar aan God. De vraag is is dit een tiende over de buit of uit Abram's persoonlijk bezit. Dat is niet duidelijk.Sommige zeggen als het uit de buit was, dat kostte het Abram NIETS. Slechts als het kwam uit het persoonlijk bezit van Abram zelf. Hoe men het ook ziet, bedenk dat jouw inkomen komt uit de hand van God. Het is reeds van God, dus je geeft slechts een deel terug wat God reeds toebehoort!

Verzen 21-22 De koning van Sodom wenste slechts terug zijn inwoners, hun bezittingen mag Abram houden. Maar logisch dat Abram de eer aan zichzelf houdt, als dienstknecht en vertegenwoordiger van de Allerhoogste God. De koning van Sodom vereert de afgoden en is een grote zondaar. Abram getuigt dat hij een afgezant is met de Enige en Ware God. Het is alsof deze koning wil zeggen: "Het is een groots iets dat u de mensen heeft bevrijd, ik laat u alles, maar geef mij slechts de inwoners, en de rest aan u als een beloning". Dit was echter niet God waardig, maar menselijk. Later zullen wij zien hoe ondankbaar de bewoners van Sodom waren en zij van Lot eisten om seksuele gemeenschap te hebben met de twee mannen (engelen Gods).
Abram zweert bij God. Waarom, hij wist dat zweren bij God slechts in het uiterste geval mocht. Er zijn twee redenen. Ten eerste het woord van Abram was slechts menselijk, de koning mocht denken dat Abram als mens op zijn woorden terug mocht komen. Iets wat niet ongebruikelijk was. Door te zweren van God, de Allerhoogste, was het geen menselijk eed meer, maar een getuigenis van Zijn God en een goddelijke eed. Ten tweede het kon uitgelegd worden dat Abram niet slechts zijn neef en familie redde, maar tevens de inwoners en hun bezit om er zelf beter van te worden. Met de eed, geeft Abram alle eer aan Zijn God.

Verzen 23-24 Abram is zeer op zijn hoede: "Opdat u niet kunt zeggen, dat ik heb Abram rijk gemaakt". Abram wijst duidelijk af, en wijst erop dat het Zijn God is, die hem rijk maakt. Echter Abram houdt de eer aan zichzelf, hij spreekt voor zichzelf, maar laat aan de Koning de keuze op hij iets wenst de schenken aan de knechten van Abram. Zij hebben immers gestreden en hun leven op het spel gezet.
Les voor de gelovige. Wees op jouw hoede om geschenken van ongelovige aan te nemen in de dienst van de Heer. Velen vallen in de trap om schenkingen van gemeenten en overheden aan te nemen, en zijn niet op hun hoede voor toekomstige verplichtingen of consequenties. Gebruik slechts de subsidies die voor iedereen geldt bij de wet.

Terug naar topTerug naar boven


Genesis 15 - God zegent Abram

Vers 1 God verschijnt aan Abram in een gezicht met de woorden "Vrees niet". Mijn uitleg is dat wanneer een mens God of een engel ziet, hij bevreesd wordt. Wij zien dit bij de profeet Daniel, bij de maagd Maria, bij Jozef, bij de priester Zacharias en bij de apostel Johannes in Openbaring.
De theoloog Calvin heeft een andere verklaring. Abram had de vier koningen overwonnen in het vorige hoofdstuk. Abram kon dus vrees hebben dat deze volken zich opnieuw zouden verzamelen en dit keer direct ten strijde zouden trekken tegen Abram. Een ander gevaar zou zijn dat Abram woonde onder bevriende volken. Na zijn overwinning en zegen door Melchisedek zouden deze bevriende volken angst kunnen hebben voor de macht van Abram en dat hij tegen deze bevriende volken ten strijde zou trekken.
God verschijnt in een gezicht, dat kan betekenen dat Abram een droom had. God verscheen ook aan de apostel in een gezicht, de apostel Paulus schrijft dat hij naar de derde hemel werd opgetrokken en hij niet wist of dat in gezicht was. Soms spreekt God tot de gelovige middels een droom, andere hebben Jezus gezien (in een gezicht?).
God zegent Abram: God geeft twee beloftes. Ten eerste IK ben uw schild. Dat wil zeggen Abram je behoeft niet bevreesd te zijn, IK zal je beschermen tegen aan je vijanden. God geeft aan elk gelovige Zijn bescherming, mits hij of zij op Gods weg en opdracht wandelt. De gelovige heeft echter de opdracht om Gods wapenuitrusting in Efeze 6 aan te trekken. God beschermt en geen enkele mens kan de ziel van de gelovige dienstknecht of dienstmaagd doden. Zoals in elke oorlog, vallen er gewonden en doden. Maar dit slechts met Gods toestemming. Geen enkele knecht noch maagd sterft eerder dan op Gods tijdstip. Maar de gelovige mag alleen daar gaan, waar God hem of haar zendt, in Zijn opdracht. Daar buiten, riskeert de gelovige om gewond te raken dan wel te sterven.
Ten tweede uw loon zal zeer groot zijn. Niet groot, maar ZEER GROOT! Abrams loon is een nakomelingschap zoveel als de sterren aan de hemel (vers 5). De gelovige ontvangt ook een zeer groot loon voor het geloof in de Here Jezus Christus, namelijk een EEUWIG leven in de Hemel, waar geen dood, lijden en verdriet is, slechts pure gezondheid en vreugde.

Vers 2 Ondanks dat Abram God hoort, weerspreekt Abram. Ook de priester Zacharias weerspreekt de engel Gabriël. Hun vraag is, hoe is dit mogelijk? Maar het is een eerbiedig weerspreken bij Abram met de woorden Here HEERE (in de grondtekst Adonai Jehovah).
Ik ben kinderloos, hoe kan dan mijn loon zeer groot zijn? Al mijn bezittingen gaan naar de Damascener Eliëzer. Mijn bezittingen die een grote rijkdom zijn, gaan niet naar mijn zoon. Mijn vrouw is onvruchtbaar, zij kan mij niet een zoon schenken. Niet slechts was zijn vrouw onvruchtbaar, maar gezien hun hoge leeftijd, menstrueerde Sarai niet meer en kon Abram twijfelen of zijn zaad nog vruchtbaar was. Een logische vraag, nietwaar?

Vers 3 Maar Abram gaat verder met een beschuldiging. Gij hebt mij geen nakroost gegeven. Abram uit een beschuldiging aan het adres van God. U bent schuldig dat ik geen kinderen hebt, nu dient een slaaf van mij, mijn rijkdom te erven. Het bevreemdt mij, dat deze rijkdom overgaat op een slaaf en niet naar zijn neef Lot. Hiervoor heb ik geen verklaring. Hoe is de houding van een gelovige in zulke situatie?

Vers 4 Hier zien wij dat God soms toestaat dat een mens zijn of haar twijfels omtrent Gods belofte aan God kenbaar maakt. Echter in het geval van de priester Zacharias, werd het een volhardend ongeloof, gevolg door straf.
Zie hoe geduldig en begripvol God is. God wordt niet kwaad over Abram's twijfels. Maar treedt hem begrijpelijk tegemoet met een duidelijk antwoord. Jouw slaaf zal NIET de erfgenaam worden. Ik zal jou een eigen zoon geven, die zal jouw erfgenaam zijn. God laat er geen misverstand over zijn, God zegt duidelijk wat de toekomst zal zijn.
God laat geen misverstand zijn over het lot van de mens. Zijn of haar keuze is of God te geloven en te dienen, dat wil zeggen geloven in de Here Jezus Christus als Verlosser en Hem te dienen. Of af te wijzen en zelf de straf op de zonde te dragen en voor eeuwig gescheiden te blijven van God na de dood, een verblijf in de Poel des Vuurs. Gods Woord is overduidelijk, geen onduidelijkheid wat er met de mens gaat gebeuren na zijn of haar dood, de keus is aan de mens. God is ook duidelijk over de toekomst van de aarde, en wat er gaat gebeuren in de Grote Verdrukking.

Vers 5 God leidt Abram naar buiten. Eindig hier het gezicht, of stuurt God in het gezicht met de opdracht, ga naar buiten? God laat Abram niet in het ongewisse. God TOONT aan hem. Zie op naar de hemel, het uitspansel der aarde, en zeg Mij of je de sterren kunt tellen. Hieruit is duidelijk dat dit gezicht in de avond of nacht plaats vond. Geen mens is in staat om de sterren te tellen. Zo oneindig groot zullen de nakomelingen van Abram zijn. Dat is Gods belofte.
De sterren zijn slechts zichtbaar gedurende de nacht, en onzichtbaar overdag. Dit gezicht begint in de nacht. De nakomelingen van Abram begonnen met het volk in Israël, de Joden en Israëlieten. Onzichtbaar overdag, onzichtbaar was het volk dat door het geloof in Jezus zou ontstaan, de christenen, het lichaam van Christus.
Toen Jezus op aarde was, was Hij duidelijk in Zijn woorden, legde Zijn woorden uit aan de hand van gelijkenissen zodat de mens het makkelijker kon begrijpen, vanuit de voorbeelden uit het dagelijkse leven. Zijn woorden zette Hij kracht bij door de talrijke genezingen en wonderen. Zijn werk was overduidelijk.

Abram gelooft God. Abram gelooft in Gods zegen. Dit nageslacht strekt zich uit over de Joden en Israëlieten. Maar breidt zich uit tot het nageslacht gevormd door geloof: de gelovigen in Jezus Christus. Niet door menselijke werken wordt de mens behouden, maar door geloof.

Vers 6 Zijn geloof wordt door God als gerechtigheid toegerekend. Het is het geloof dat gerechtigheid voortbrengt. Het is een daad van de mens, een reactie op Gods Woord en Belofte. Ongeloof brengt ongerechtigheid. Zonder geloof kan God niet werken. Maar de daad van geloof, is geen werk waarop de mens zichzelf kan beroemen en zeggen dat daardoor men in de Hemel komt. Maar geloof zonder werken is dood geloof (Jakobus 2:14-26).

Vers 7 God bevestig aan Abram dat Zijn woorden waar en getrouw zijn, immers Hij heeft Abram uit Ur der Chaldeeën geleid met de belofte hem een groot en vruchtbaar land te geven. Hij alleen is God.

Vers 8 Toch houdt Abram nog zijn twijfels. Hij en zijn vrouw zijn op hoge leeftijd. Zij zien hun leeftijd als hun einde naderbij komen.

Verzen 9-10 God blijft geduldig met de twijfels van Abram. Er is geen verklaring voor het offer van elk een driejarige noch van de koe, geit, ram, tortelduif en jonge duif. Het is echter een opdracht van God Zelf, waaraan Abram dient te gehoorzamen. Ook al begrijpt de gelovige de opdracht van God niet, toch zal de gelovige datgene moeten doen zoals God het beveelt. Alleen door gehoorzaamheid kan de gelovige God behagen.
Abram deelt de stukken in tweeën en tegenover elkaar, behalve de vogels. God beveelt, het is niet de mens die bepaald hoe dingen geschieden. De mens kan niet zijn manier van redding bepalen, hij of zij staat NIET BOVEN God, de mens is onderdanig en afhankelijk van Gods wetten en bepalingen.

Vers 11 De roofvogels doen een aanval op het gewijde offer aan God. De gelovige kan zijn/haar leven aan God wijden, maar satan, demonen, menselijke haat, wereldse rijkdom en lusten, de zonde doen allen een aanval in het dagelijkse leven van de gelovige die zijn leven onder controle stelt van de Heilige Geest.

Vers 12 We zien dat Mozes slechts een korte weergave in een aantal verzen hierboven heeft gegeven van het gesprek met God. Het begon in de avond of nacht en duurt voort tot de zon ondergaat. Dit betekent dat er een hele dag voorbij is gegaan, want de roofvogels vliegen overdag.
Een angstwekkende dikke duisternis overvalt hem. Een beeld van de gelovige die in de angstwekkende wereld van satan en demonen leeft. De duisternis van de dood van de mens.

Verzen 13-14 God houdt de toekomst niet verborgen voor Abram. Zijn nageslacht zal dit land verlaten en slaven zijn gedurende vierhonderd jaar. Daar zullen zij onderdrukt worden, maar IK zal hen bevrijden en terug brengen in het aan u beloofde land. Dit zal geen gering volk zijn, maar een talrijk (een miljoen?) volk.

Vers 15 God vertelt de toekomst verder. Nu niet langer over zijn nageslacht, maar over wat er persoonlijk met hem gaat gebeuren. Hij zal in vrede sterven (geen angst voor aanvallen van de vier koningen en bevriende volken) op hoge leeftijd. Hij mag onbezorgd verder leven. Zijn toekomst is verzekerd door GOD.

Vers 16 De reden van het verblijf van vierhonderd jaar (vier geslachten van honderd jaar) buiten het beloofde land wordt gegeven: de ongerechtigheid van de Amorieten is nog niet vol, dat zal nog vierhonderd jaar in beslag nemen. Dan zal God Zijn straf over hen uitoefenen. De Amorieten waren de rechtmatige eigenaars van het beloofde land. Echter God ontneemt hun het beloofde land aan Abram niet, voordat hun maat van zonde zodanig gedurende vierhonderd jaar is toegekomen, dat God Zijn straf uitoefent. God is langzaam tot straf en toorn. De Amoriet en de mens krijgt voldoende tijd tot berouw.
Vanaf Jezus tot heden zijn er tweeduizend jaar voorbij gegaan. De mens heeft voldoende tijd gekregen om tot berouw te komen. Heden zien wij een geweldige toename van zonde en overtredingen van Gods wetten. De volheid van zonde zal zijn hoogte punt bereiken in de Grote Verdrukking die zeer nabij is. De mensheid is meer en meer aan het kiezen voor satan en demonen. Wanneer de volheid van de zonde is bereikt, dan zal God de menselijke heerschappij over de aarde ontnemen. Dan komt Jezus Christus terug naar de aarde om de heerschappij over de aarde over te nemen.

Vers 17 In de dikke duisternis, God laat Zijn licht schijnen met een vurige fakkel zo groot als een oven. Ongetwijfeld heeft dit het offer verbrandt. Gods Woord, de Bijbel is HET LICHT in de wereld. De gelovige moet zijn of haar licht in deze dikke duisternis van zondige wereld laten schijnen. Het is de plicht om aan de ongelovige het goede nieuws, het Evangelie, te verkondigen. Er is nog een kans voor de ongelovige tot het einde.

Verzen 18-19 Beloofde land aan Abram
Dit niet te tellen nageslacht, wat door de eeuwen gestorven is en groeide, heeft een groot land nodig. Het beloofde land aan Abram beslaat niet de grenzen van het huidige Israël. Het beloofde land aan Abram strekt zich uit van de rivier van Egypte (de Nijl ? Dus de woestijn Sinaï wordt het grondgebied van Israël) tot de rivier de Eufraat, welke ligt in het tegenwoordige Iran. Dit is geen loze belofte, en is door GOD bepaalt. Fanatieke moslims kunnen strijden, maar hun strijd is verloren, want de God van Abram heeft anders bepaald.
Niet slechts de Amoriet zal Gods straf ondergaan, ook de Keniet, Kenizziet, Kadmoniet, Hethiet, Perizziet, Refaïet, Kanaäniet, Girgasiet en Jebusiet.

Bron kaart https://en.wikipedia.org/wiki/Promised_Land

Terug naar topTerug naar boven


Genesis 16 - Hagar vlucht voor Sarai

Vers 1 Sarai was onvruchtbaar en gezien haar hoge leeftijd, zal zij ongetwijfeld niet meer menstrueren en menselijk gesproken onmogelijk om nog een kind te baren. Sarai gaat nu menselijk reageren. God heeft de belofte gegeven dat Abram een zoon zal krijgen, maar reeds lange tijd is gepasseerd. Het geloof en vertrouwen in God, laat haar in de steek. Op eigen kracht gaat zij proberen de belofte aan Abram te vervullen. En begaat een ernstige zonde, de verbreking van het huwelijk. God heeft duidelijk de één op één relatie ingesteld, één man met één (zijn eigen) vrouw. Geen meerdere vrouwen, geen polygamie. Wanneer een man een andere vrouw erbij neemt, dan is dat overspel en verbreking van zijn huwelijk. Ondanks dat hier het gebeurt op AANDRANG van de eigen vrouw en haar toestemming. Het is een ernstige zonde. Deste zwaarder omdat God reeds de belofte heeft gegeven dat zij een zoon zouden krijgen. Hier geschieden twee zonden: Geen vertrouwen in God en overspel. Het overtreden van Gods gebod in Genesis 2:24. De gevolgen zien wij later in dit hoofdstuk. Maar de gevolgen zijn zeer ernstig heden met de fanatieke Moslims (het nageslacht uit dit overspel), die met dwang en moord de mensen tot het Moslim geloof willen bekeren.
De les voor de gelovige is, God heeft vele beloften gegeven in de Bijbel, misschien zelfs jou een persoonlijke opdracht gegeven, wacht op God, totdat Hij Zijn belofte vervuld. Ga niet in eigen krachten trachten Gods belofte te vervullen, dat geeft slechts ellende en werkt vernietigend.

Vers 2 Sarai gaat een voorstel doen aan haar man Abram: Heb gemeenschap met onze slavin en maak haar zwanger. We kunnen dit vergelijken met Eva die de verboden fruit aan haar man Adam aanbod. Adam weerstond de verleiding niet, en hij at. Abram trapt in dezelfde val, hij weerstaat de verleiding niet en gaat in op het aanbod van zijn vrouw. Abram is het hoofd van zijn gezin, hij dient de leider te zijn. Abram gaat zeer ernstig de fout in: OOK HIJ VERTROUWT NIET LANGER OP GODs BELOFTE.
Ook hij begaat dezelfde twee zonden van zijn vrouw, niet wachten op Gods tijd en overspel.
Een slavin had geen rechten, alles van de slavin was en werd het eigendom van de eigenaar van de slaaf of slavin. Dus als een slavin een kind baarde (ook als zij een eigen man had), werd dit kind automatisch het eigendom van haar eigenaar.
Abram gaat in op het voorstel van zijn vrouw. Hij luistert naar haar, meer dan te luisteren naar God. God had duidelijk in Genesis gezegd, dat de man zijn eigen vrouw heeft. Niet een andere vrouw naast zijn eigen vrouw, geen meerdere vrouwen. Hij begaat de daad van overspel, ondanks een uitverkoren man te zijn door God.

Vers 3 Het is Sarai (de eigenaresse), die haar slavin neemt en geeft aan haar man Abram. Let goed op de woorden: zij werd Abram tot vrouw. Daarmede werd het huwelijk verbroken en het overspel een feit.

Verzen 4-5 Sarai en Abram ontvangen beiden de straf op hun ernstige zonden: De slavin veracht de geliefde vrouw van Abram. De slavin krenkt haar eigenaresse. Er is geen dankbaarheid van de slavin, dat haar de eer is gegund om een zoon te baren voor haar heer Abram. Nee, dagelijks verheft zij zich boven haar meesteres. Zij veracht haar eigenaresse. En Abram ziet hoe zijn geliefde vrouw dagelijks wordt veracht.
Les voor de gelovige: verwacht geen zegen over werk wat je in eigen kracht verricht en je niet op Gods tijdstip doet.
Sarai schuift de schuld op haar man voor haar krenkingen. Zij aanvaardt de consequenties haar daad niet, zij heeft aangedrongen en aangeboden aan haar man, om haar slavin zwanger te maken. Abram had sterk moeten zijn en dit aanbod MOETEN weigeren.
Sarai gaat ernstig de fout in door misbruik te maken van Gods naam: de Here doe recht tussen mij en u. Zij was degene die niet wachtte op God en God niet vertrouwde. Zij was degene die het foute aanbod deed en aanzette tot overspel en zwangerschap met haar slavin. God had GEEN ENKEL DEEL aan deze zaak, in tegendeel het was VOLKOMEN tegen Gods Wil in. LES: Wees voorzichtig in jouw uitspraken en daden.
Abram wordt gezien als een man van geloof en voorbeeld van de Kerk van gelovigen. Wij zien hier hoe Abram faalde en in zijn gezin vol van ruzie werd. Ook binnen de huidige kerken en onderling zien wij strijd en onenigheid. Wat een droefenis. En verdriet voor onze Here God.

Vers 6 Abram is zwak, hij als de vader van zijn toekomstige eigen kind, zegt: Zie, uw slavin is in uw macht. De slavin vlucht weg. Abram de vader doet niets, laat de zwangere slavin weg gaan. Het kind waarvan hij en zijn vrouw verwachtte dat dit de zoon zou zijn uit welke God het nageslacht van Abram zou bouwen. Abrams hoop gaat de mist in, zijn vaderschap gaat voorbij, de belofte. Wat een ernstige straf!
Sarai vernedert haar slavin. De slavin had zich boven haar eigenaresse gesteld. Zij ontvangt haar straf. In plaats van tot berouw te komen en te gehoorzamen aan haar plaats (Efeze 6:5 Slaven weest uw heren gehoorzaam), kiest zij er voor om te vluchten.

Verzen 7-9 De slavin Hagar waarschijnlijk was op weg naar haar eigen land Egypte. Maar daarvoor moest zij door de woestijn Sur. De tocht was zwaar en de Engel des Heren toont Zich in Zijn grootheid aan haar. En spreekt haar aan: Hagar, slavin van Sarai. Waar kom je vandaan en waar ga je heen? De engel wijst haar erop, dat zij het eigendom is van Sarai. Zij heeft GEEN recht om haar plaats te verlaten. Efeze 6 is duidelijk ook al worden de gelovigen hard en oneerlijk behandeld door de werkgever, desondanks moet de gelovige zijn of haar werk verrichten als voor de Here Jezus Christus.
Zij antwoordt met: Ik ben op de vlucht. De Engel des Heren geeft het bevel terug te keren naar haar eigenaresse en gehoorzaam te zijn aan haar in nederigheid. Haar vlucht heeft zij aan zichzelf te verwijten, zij stelde zich boven haar meesteres. Het is haar eigen schuld. Zij wist dat Abram en Sarai door God uitverkoren waren, desondanks achtte zij zich meer dan Sarai. Geen wonder dat de Engel des Heren haar beveelt om terug te keren en gehoorzaam te zijn.

Vers 10 De Engel des Heren geeft een belofte: Uw nageslacht zal zeer talrijk zijn. Heden weten wij dat de Islamieten zeer talrijk zijn. Hun aantal is niet te tellen.

Vers 11 De Engel des Heren geeft de opdracht de te baren zoon de naam Ismaël te geven (De moslims noemen zich Islamieten). Ismaël betekent "God zal horen", want God had gehoord naar de smekingen van Hagar. Waarschijnlijk had Hagar in de hitte en koude van de woestijn, zijnde zwanger, tot de God van Abram geroepen. God laat veel toe, de ongelovige kunnen lijden door ziekte, honger en dorst, ongeneeslijke ziekten. Echter wanneer zij tot God roepen, laat God Zich vinden.

Vers 12 Helaas eindigt het hier niet. De toekomst wordt voorspeld. Dit nageslacht zal een wilde ezel zijn, zijn hand zal tegen allen zijn. Wij zien dit maar ook te goed bij de fanatieke Moslims, de moslim oorlogen in Afghanistan en Syrië en de terroristische aanslagen door moslims. Hun moorden en wreedheid (een wilde ezel). Hij zal wonen onder al zijn broeders. Heden wonen de Islamieten overal ter aarde. De voorspelde toekomst is waarheid geworden.

Beër Lachai Roï
Bron in de rotsenBron in de woestijnVerzen 13-14 De slavin Hagar erkent de God van Abram. Zij heeft de grootheid van God gezien in de Engel des Heren. Die haar opdrachten heeft gegeven en de toekomst heeft voorspeld aangaande het nageslacht van haar zoon.
De Engel des Heren heeft de slavin ontmoet bij een bron in de rotsen of een bron in de woestijn, genaamd Beër Lachai Roï wat betekent "Bron van de Levende Die naar mij omziet".

Verzen 15-16 Hagar is gehoorzaam aan de Engel des Heren en keert terug naar Abram. Ongetwijfeld zal zij aan Abram en Sarai verteld hebben wat er gebeurd is in de woestijn Sur en wat de Engel des Heren haar bevolen en verteld heeft.
Ongetwijfeld heeft Abram geen gemeenschap meer gehad en Hagar en is het bij die ene gemeenschap gebleven om de slavin zwanger te maken. Het kwaad is vergeven door God, echter de gevolgen van de zonde is tot op heden aanwezig. Laat dit een ernstige les zijn voor de gelovige christen.
Abram is 86 jaar toen Hagar de zoon Ismaël baarde. Abram en Sarai moesten daarna nog 13 jaar wachten voordat Sarai zelf zwanger zou worden.

Terug naar topTerug naar boven


Genesis 17 - Gods verbond met Abram

Vers 1 De schrijver van Genesis, de profeet Mozes vertelt niets over het leven van Abram en Sarai na de geboorte van Ismaël. Waarschijnlijk niets interessant. Vers 1 begint 13 jaar na de geboorte van Ismaël toen God opnieuw verscheen aan Abram op 99-jarige leeftijd. Het was een zeer lange tijd van wachten op de vervulling van Gods belofte om een eigen zoon van Sarai te krijgen. Mogelijk hebben Sarai en Abram berust in de zoon van de slavin Hagar en Abram.
Ik ben God, de Almachtige (El Shaddai) geeft het bevel aan Abram om voor Zijn aangezicht te wandelen en onberispelijk te zijn. Hetzelfde geldt voor de christen, hij of zij dient voor Gods aangezicht te wandelen in onberispelijkheid. God vraagt van Abram en zijn kinderen, inclusief de christenen, strikte gehoorzaamheid, en Hij wenst geen overtreding van Zijn wetten en geboden. Ik ben El Shaddai duidt op de Almacht, de kracht van de Heilige Geest om de gelovige onberispelijk te laten wandelen. Want geen mens is zonder Gods Almacht in staat om onberispelijk te wandelen voor Gods aangezicht.

Vers 2 God herhaalt Zijn belofte aan Abram dat Hij hem een zeer groot nageslacht zal schenken. Het is Gods Verbond en initiatief. Niets waaraan Abram kan bijdragen. Het is God de Vader, die Verlossing aanbiedt aan de zondige mens door middel van Zijn Zoon Jezus Christus. Dat is Gods Verbond en initiatief. Ook daarin kan de zondige mens niets aan bijdragen. Abram accepteerde Gods Verbond in geloof. Zo ook dient de mens Gods Verlossing in Jezus Christus te accepteren in geloof.

Vers 3 Abram werpt zich op zijn aangezicht. Dit was een oude gewoonte om eerbied en aanbidding te tonen. Zoals heden de gelovige knielt wanneer hij of zij met God spreekt in gebed en aanbidding.

Vers 4 De vertaling "Wat Mij aangaat" is ongelukkig, een betere vertaling zou zijn "Ik ben" de aanspreek titel van God.
Abram zal de vader worden van een menigte volken. Daarbij kunnen we denken aan de twee stammen, de Joden, en de tien stammen, de Israëlieten. Maar ook het nageslacht van Ismaël. En de christenen die door het geloof aan het nageslacht van Abram zijn toegevoegd.

Vers 5 God verandert de naam van Abram in Abraham. Abraham betekent in het Hebreeuws "de (goddelijke) vader is barmhartig". Hier wordt de naam verklaard als "vader van een menigte volken".

Verzen 6-8 Uit de stam van Juda zijn de koningen David en Salomo voortgekomen. Na de dood van Salomo ontstond de splitsing van de koninkrijken van Juda (de twee stammen) en de Israëlieten (de tien stammen), zie 1 Koningen 12:1-24. Vele verschillende koningen hebben daarna in Israël geregeerd tot aan de Babylonische ballingschap.
Het is een verbond door God gesloten met de belofte dat het een eeuwig verbond is. Het nageslacht van Abraham is nimmer uitgeroeid, ondanks de vele pogingen met als hoogte punt de dood van 6 miljoen Joden in de Tweede Wereld oorlog. Heden keren de Joden (de twee stammen) terug naar het beloofde land Israël. De vervulling van de profetie in Ezechiël 36:7-9. God was en is de God van Abraham en zijn nageslacht tot op heden gebleven.
Ook de Israëlieten zullen terugkeren naar het beloofde land (Genesis 15:18-20) welke een veel groter gebied is dan het huidige Israël. Dat zal een altoosdurende (=eeuwige) bezitting zijn. De nakomelingen van Ismaël, de Islamieten kunnen vechten en strijden om Israël in bezit te krijgen. Het is een zinloze strijd, want zij strijden tegen een Almachtige God, die dit land NIET aan hen heeft beloofd, maar aan het nageslacht van Isaak (de beloofde zoon).

Vers 9 God beveelt om Zijn Verbond te onderhouden, dat is onberispelijk te wandelen voor Gods aangezicht. Niet alleen Abraham en zijn vrouw, maar een elk die uit hen geboren worden. Dus alle Joden en Israëlieten, maar ook elke gelovige in Jezus Christus. Niets voor niets roept de apostel Paulus in Galaten 5:22 op tot een heilige levenswandel.

BesnijdenisVerzen 10-14 Een mondeling verbond kan ontkend worden. Daarom werd een verbond bevestigd in stenen, hiërogliefen of papyrus rol. Hier is het een altoos verbond welke bevestigd wordt van geslacht op geslacht door de besnijdenis. Een sacrament dat niet uit te wissen is, en altoosdurende bevestiging van het Verbond dat God met het nageslacht van Abraham heeft gesloten.
Bron: http://www.christipedia.nl De besnijdenis, ook ‘circumcisie’ genaamd, bestaat uit het verwijderen van de voorhuid van het mannelijk lid. Dit gebeurt bij Joodse jongetjes wanneer ze acht dagen oud zijn. De Schrift kent GEEN besnijdenis van een meisje of vrouw (vrouwenbesnijdenis). De besnijdenis is niet een exclusief en specifiek Joods gebruik. Het kwam ook al in de oudheid bij andere volkeren voor, bijvoorbeeld bij de Egptenaren, Midianieten, Ammonieten en Edomieten (die echter in de 2e eeuw voor Christus met deze gewoonte gebroken hebben). En verder bij de Moabieten, de Phoenicièrs en de Arabieren. Bij de Arabieren is zeker sprake van besnijdenis na het optreden van Mohammed, stichter van de Islam. Evenals bij de Joden worden alle moslimjongens besneden. Bekend is dat het tijdstip van besnijdenis bij moslimjongens varieert van circa 7 a 8 jaar en vaak ook het 13e levensjaar omdat Ismaël op die leeftijd is besneden. In al dergelijke gevallen vindt de besnijdenis plaats onder verdoving plaats in het ziekenhuis. In Joodse gemeenschappen wordt de besnijdenis uitgevoerd door een speciaal daartoe opgeleide mohel of moheel, die de ingreep zonder kosten uitvoert in het openbaar, omringt door familie en bekenden van het baby'tje. Gebleken is dat de achtste dag medisch gezien zeer gunstig is voor de besnijdenis. Al uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw is door wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot de bloedstollingsfactor ontdekt dat acht dagen na een geboorte het bloed bij een baby snel stolt en de wond optimaal geneest. Ervoor en daarna is er geen enkele dag meer in iemands leven waarop dezelfde gunstige omstandigheden voor de besnijdenisingreep aanwezig zijn. Alleen die achtste dag na de geboorte. hierin zien de wijsheid van God, onze Schepper, die alles zo heeft geschapen en ingericht. Want het gaat bij de besnijdenis er toch om dat het wondje zo snel mogelijk heelt en geneest. Dat heeft te maken met de bloedstollingsfactor. De bloedplaatjes trombocyten zorgen ervoor dat het bloed stolt en met name pro trombine, een eiwit dat de stolling van bloed, wanneer het bloed aan de lucht wordt blootgesteld, veroorzaakt. Een pasgeboren baby heeft nog geen pro trombine eiwit en vitamine K, dan wat resten die het van het moederlichaam heeft meegekregen. Het babylichaam is wel begonnen met de aanmaak van die onmisbare stoffen, maar de eerste dagen is dat gehalte nog minimaal. Echter, zo tegen de achtste dag stijgt het niveau van pro-trombine heel snel tot zelfs 110 % van het volwassenenniveau, om daarna weer terug te zakken. Pas daarna is de bloedstollingsfactor door het lichaam geregeld en blijft dit het gehele leven verder op het niveau van volwassenen. Einde bron.
Aantekening: Dat dit gebruik voorkomt bij de Egptenaren, Midianieten, Ammonieten en Edomieten is niet verwonderlijk, dit gebruik hebben zij gezien bij Abraham. De volkeren wilden deel hebben in het Verbond met God. Iedereen in het huishouden van Abraham inclusief zijn knechten (let op ALLEEN het mannelijke geslacht) werden besneden.
In Kolossenzen 2:12-14 zegt Paulus dat er door het geloof in Jezus Christus, een einde is gekomen aan de besnijdenis. Het Verbond met Abraham was wat men noemt het Oude Verbond. Het verbond van de wet. Jezus Christus heeft de wet volbracht en daarmede kwam een einde aan dit Oude verbond. Het Nieuwe Verbond is de Verlossing door Jezus Christus die voor de zonde is gestorven. Dit is een nieuw eeuwig verbond. De vraag rijst maar de Joden en Israëlieten besnijden zich nog steeds. Ja, want zij geloven niet in Jezus Christus. Bedenk goed dat Jezus Christus is de ENIGE WEG tot de Hemel. Zonder geloof in Jezus Christus is er geen toegang tot het eeuwige leven in de Hemel, dat geldt voor iedereen, ook voor de Jood en de Israëliet. Uit het verhaal van Lazarus en de rijke zou men kunnen afleiden dat ook besneden Joden in de hel kunnen komen als zij het Gods Verbond van onberispelijk wandelen niet eerbiedigen. De rijke dacht alleen aan zichzelf en aftrad daarmede Gods Verbond, en sloot daarmede zichzelf uit van het Gods Verbond. Of dit betekent dat Joden en Israëlieten die Gods Verbond (en dus Gods wetten en geboden handhaven) straks een nieuw leven krijgen in het beloofde land (Genesis 15:18-21) durf ik geen uitspraak over te doen, omdat de Bijbel daarover niets duidelijks zegt.

Vers 15 Sarai met de betekenis van "mijn prinses" wordt de letter i (mijn) weggenomen en verandert in Sara met de betekenis van "prinses van een menigte".

Vers 16 God belooft aan Abraham dat Sara zelf een zoon zal baren. Een eenmalig einde aan haar onvruchtbaarheid. Uit deze zoon zal het talrijke nageslacht van Abraham geboren worden.

Vers 17 Abraham werpt zich opnieuw in aanbidding op de grond voor God. God heeft hem een zoon uit Sara beloofd. Iets wat te wonderlijk is voor een man van 100 jaar oud met zijn vrouw van 90 jaar. Geloof en menselijk denken spreken elkaar tegen. Het menselijke denken maakt dat Abraham lachte? God begrijpt Abrahams gedachte en wordt voor zijn lachen niet bestraft.

Vers 18 Abraham vleselijk denken uit zich en hij spreekt zijn gedachte uit voor God: Moge Ismaël voor uw aangezicht leven.

Verzen 19-20 God berispt het menselijke denken: NEEN, niet Ismaël, maar de zoon die uit jouw vrouw Sara geboren gaat worden. Verder geeft God de naam die deze te boren zoon zal krijgen: Isaak. Dit verbond wat IK met jouw heb gesloten zal zijn voortzetting krijgen middels Isaak en zijn nageslacht. En niet middels Ismaël en zijn nageslacht, maar zijn geslacht zal talrijk zijn. Genesis 25:15-18 Dit zijn dan de zonen van Ismaël, en dit zijn hun namen, naar hun dorpen en hun tentenkampen, twaalf vorsten naar hun volksstammen. – En zij woonden van Chawila tot Sur, dat ten oosten van Egypte ligt, in de richting van Assur. Dit zijn de landen aan de Arabische Golf, Saoedi-Arabië, Egypte, Iran en Syrië. Dit nageslacht van Ismaël zijn de grootste vijanden van Israël tot op de dag van vandaag.

Vers 21 God herhaalt en bevestigt dat dit Verbond geldt voor zijn zoon Isaak. God vertelt ook dat de zoon over één jaar geboren zal worden. God is heel duidelijk en helder.

Vers 22 God heeft Abraham de toekomst verteld en Zijn Verbond met hem gesloten en de instructies gegeven hoe dit Verbond bevestigd wordt middels de besnijdenis. God heeft gesproken en keert naar Zijn woonplaats, de Hemel, terug.

Verzen 23-27 Abraham is gehoorzaam en besnijdt zichzelf, de zoon Ismaël uit zijn slavin Hagar, en iedereen in zijn huishouden. Uit de Bijbel weten wij dat dit een zeer pijnlijke gebeurtenis is, Genesis 34:24-25. Medisch gezien pijnlijk, moet onder verdoving, en kan dodelijk zijn. Mijn inziens is daar dit een opdracht van God was en Abraham geen enkele ervaring met besnijdenis had en handelde in volkomen gehoorzaamheid aan God, deze eerste besnijdenissen zonder ernstige pijn en gevaar waren.

Terug naar topTerug naar boven


Genesis 18 - Abrahams voorbede voor Sodom

Verzen 1-2 De woonplaats van Abraham vonden wij reeds in Gen. 13:18, Abraham ging wonen bij de terebinten van Mamre bij Hebron, waar hij een altaar bouwde voor de Here. De drie mannen kwamen aan op het heetst van de dag en hadden dus eten en vooral drinken nodig. Vanuit zijn tent ziet Abraham de mannen aankomen en hij gaat uit zijn tent hen tegemoet. Bij hun aankomst buigt hij zich ter aarde. Of dit een normale begroeting was, of dat er iets bijzonders aan het uiterlijk was van deze mannen weten wij niet. In elk geval toont Abraham zijn eerbied en gastvrijheid.

Verzen 3-5 Er moet iets bijzonders aan het uiterlijk van deze mannen zijn geweest, want Abraham vraagt dat zij niet aan hem voorbij gaan.
Het was de gewoonte van die tijd om voorbijgangers hun voeten te wassen vanwege de hitte en het wandelen in het zand van de woestijn.
Een bete brood was snel bereid en gaf niet teveel werk aan de gastgever. Het was in de ogen van Abraham, Gods leiding dat zij langs hem waren gezonden om water en brood te ontvangen. Hij reageert met gastvrijheid en voorzieningen in hun node. Laat de gelovige bewust zijn wanneer God iemand, een broeder of zuster in het geloof of een ongelovige, op onze weg brengt om in zijn of haar noden te voorzien. Dat kan voedsel, kleding of zorg (ondersteuning in ziektekosten of wat dan ook) zijn.

Verzen 6-8 Hoewel is het huishouden van Abraham georganiseerd. Hij spoedt zich terug naar zijn tent en geeft orders aan Sara om de broden te bereiden. Sara als vrouw mocht haar tent niet verlaten om mannen tegemoet te gaan. Abraham neemt runderen en een kalf. Geeft het bevel aan zijn knechten om deze te bereiden. Let op de toevoeging een kalf mals en goed. Niet zo maar een kalf, maar uitstekend van kwaliteit. Ongetwijfeld zou Abraham dit niet bereid hebben voor elke persoon die zijn tent voorbij trok.
De drie personen eten. Sommigen beweren dat engelen geen menselijk voedsel kunnen eten. Ten eerste kunnen wij ons afvragen, wie waren deze drie personen? God de Vader, de Here Jezus Christus en de Heilige Geest? Of waren het werkelijk gezonden engelen? Zo waarom zouden engelen niet eten? Jezus Christus at NA ZIJN OPSTANDING met Zijn Hemels lichaam, dat vlees en beenderen heeft, en at een gebakken vis (Lucas 24:39-43). Volgens mij zullen gelovigen in de Hemel gewoon kunnen eten met hun nieuwe Hemelse lichaam. Waarom zouden wij niet van smakelijk voedsel mogen genieten in de Hemel?

Verzen 9-10 Sara weet haar plaats, was niet de tent uitgekomen en verscheen niet aan de mannen. De drie mannen vragen naar Sara. Abraham antwoordt met: Daar, in de tent. De tent die zich achter Hem bevond: De mannen waren dus niet de tent binnengegaan, maar voor de tent gebleven.
Eén van de drie mannen sprak. God is een Drie-eenheid. Maar het was Jezus die naar de aarde kwam als mens. Vaak zien wij Jezus als de ENGEL Die verschijnt aan de mens in het Oude Testament. Hij is de woordvoerder. Hier spreekt een van de drie mannen. De eerdere belofte aan Abraham (waarbij Sara NIET aanwezig was) wordt herhaald: Over een jaar zal Sara een zoon hebben. De spreker weet dat Sara meeluistert vanuit de tent. Over een jaar wordt het bezoek herhaald en op dat tijdstip zal Sara haar eigen zoon hebben en moeder zijn geworden.

Verzen 11-14 Sara menstrueerde niet meer en daarom was het haar te wonderlijk dat zij zelf nog zwanger kon worden. Daarom is het niet verbazend dat zij lachte. Ongetwijfeld hadden zij en haar man nog seksuele gemeenschap, maar zoals gewoonlijk na de menopauze is er geen zwangerschap op normale wijze mogelijk. Drie maanden later zou uit de seksuele gemeenschap, Sara zwanger worden en negen maanden later haar zoon baren. De vrouw die onvruchtbaar was. Het is Gods werk want het is bij deze eenmalige zwangerschap gebleven.
De Here neemt het lachen van Sara waar. Of zij hardop gelachen heeft zodat het buiten de tent klonk, weten wij niet. In elk geval de Here neemt het lachen van Sara haar kwalijk. Het lachen van Abraham in 17:17 is volgens Calvin een lachen van vreugde, terwijl hier een lachen is van ongeloof. Zij ziet op haar eigen onmogelijkheid en niet op de belofte die God geeft. Zij gelooft NIET in de woorden die God spreekt en Zijn belofte. Zij ziet op haar menselijke situatie en kijkt niet naar de Kracht van God.
De Here vraagt aan Abraham als hoofd van het gezin: Waarom lacht Sara en zal ik werkelijk baren terwijl ik oud ben. Abraham wordt verantwoordelijk gesteld voor het ongeloof van zijn vrouw. De Here zegt: Zou voor Mij iets te wonderlijk zijn? Of zou Mijn Kracht te gering zijn om dit te bewerkstelligen? Laat dit een les zijn voor de gelovige. God spreekt hier een ernstig verwijt aan het adres van Sara. Sara had nimmer de Kracht van God gezien, behalve de uitredding van Farao. De gelovige kent de vele Krachten van God uit het Oude en Nieuwe Testament. Dus de gelovige WEET dat God Almachtig is. Desondanks zien wij het ongeloof bij de priester Zacharias (Lucas 1:8-24). Waren de vele teleurstellingen het resultaat van zijn ongeloof? Wij weten het niet, in elk geval werd Zacharias ook bestraft.

Vers 15 Sara hoort de woorden van de Engel: Zou voor de Here iets te wonderlijk zijn? Waarschijnlijk kwam Sara tot besef dat zij de kracht van God ontkende. In plaats van een schuldbelijdenis en erkentenis, loochent zij dat zij gelachen heeft, uit angst voor bestraffing door de Engel (want zij was bevreesd). Het is beter schuld te belijden, dan om een tweede zonde te begaan van ontkenning. De Engel antwoordt met een simpele: NEEN, je hebt wel gelachen. En gelukkig voor Sara blijft het daarbij en volgt er geen straf zoals bij de priester Zacharias met een zwijgen van negen maanden. Sara zal moeder worden van een groot ontelbaar volk.
Voor de gelovige de les, wees voorzichtig met jouw woorden. Je uitspraken en houding kunnen een natuurlijke reactie zijn, maar corrigeer daarna jouw foute reactie.

Vers 16 Uit eerbied doet Abraham hen uitgeleide. Onbekend is wat dit uitgeleide betekend. Een wandeling met hen over een bepaalde afstand?

Vers 17 God gaat bij Zichzelf te rade. Hier zien wij dat God nadenkt over de dingen Die Hij gaat doen. En zijn geen ondoordachte daden. God heeft de blijde boodschap aan Abraham gegeven dat hij over een jaar een eigen zoon zal hebben. Nu denkt God na of Hij de trieste boodschap aan hem zal mededelen dat Hij Sodom en Gomorra gaat vernietigen met al zijn inwoners. God besluit dat Hij het niet verbogen houdt voor hem.
Soms ontvangt de gelovige of profeet blijde boodschappen, maar ook trieste boodschap over de toekomst. God test de reactie van de gelovige. Als God tot bestraffing van een land besluit vanwege hun grove zonde en overtreding van Gods geboden. Wat is dan de reactie? Volhardt het volk in hun zonde of gaat het over tot berouw en gebed om vergeving en afkering van het kwaad van God van plan is? Als een gelovige de profetie ontvangt dat zijn of haar ziekte ten dode is, berust de gelovige hierin of bekeert de gelovige van de zondige levenswandel (als dat het geval is) en bidt om vergeving (Jakobus 5:14-16)?

Vers 18 God verbergt het niet aan Abraham omdat hij tot een groot en machtig volk gaat worden. De Gemeente van Jezus Christus gaat een groot volk worden. God heeft duidelijk in de vier evangeliën verteld dat de zondige mens zich van zijn of haar levenswandel dient te bekeren en de Here Jezus Christus moet aanvaarden als Verlosser om in de Hemel te komen. Zo niet dan wacht een eeuwige scheiding van God in de poel des vuurs. In Openbaring staat duidelijk beschreven de rampen en straffen die God over de aarde gaat voltrekken in de Grote Verdrukking, welke tijd spoedig gaat aanbreken. Het is de taak van alle gelovigen om de ongelovigen te waarschuwen want hun te wachten staat. Het is de taak van elke individuele gelovige om te bidden tegen de machten der duisternis (satan en demonen), het kwaad en overtredingen van Gods wetten en geboden door landelijke regeringen (huwelijken van gelijke geslachten, toestaan van seks met kinderen en dieren, seks voor het huwelijk, abortus, euthanasie, etc.). Wij zien heel duidelijk dat de tijd van Sodom en Gomorra zich herhaalt, en daarom is de komst van de Grote Verdrukking nabij. Nog hebben de gelovigen de tijd om te bidden tegen het kwaad, zoals in Brazilië te bidden dat de arbeiderspartij niet aan de macht komt, die verbonden sluit met de Iran en Palestijnen en geweld niet schuwen. Het gebed dat niet Hilary aan de macht kwam maar Donald Trump is verhoord. Hij heeft de ambassade verplaatst naar Jeruzalem en erkent dat Jeruzalem de hoofdstad is van Israël. Dat is de taak van de Gemeente van Christus!

Vers 19 God had de opdracht gegeven dat Abrahams kinderen (inclusief zijn knechten (welke werden besneden en opgenomen in het Verbond met God) en dienstmaagden) de weg des Heren zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen. Voor de gelovige om onberispelijk en zonder smet en rimpel te wandelen. Het was de taak aan Abraham om zijn kinderen en huishouden te onderwijzen in de wetten en geboden van God. Het is de taak van elke christen ouder om zijn/haar kinderen te onderwijzen in de Bijbel. Het is de plicht van elke voorganger om de Bijbel te onderwijzen en te verklaren. Hoe jammerlijk falen de meeste en is er een geringe kennis aanwezig. Hosea 4:6a Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. God toont duidelijk aan Abraham wat de gevolgen van nalatigheid zijn, de vernietiging van Sodom en Gomorra. De les van de vijf dwaze maagden is duidelijk, niet alle gelovigen zullen mee gaan naar de Hemel bij de Wederkomst van Christus.

Vers 21 De zonde van Sodom en Gomorra zijn tot in de Hemel gekomen. Moeten wij dit interpreteren dat de engelen Gods de zonde die begaan worden in deze steden tot voor Gods troon zijn gebracht. Hier in vers 21 zegt God dat "Ik wil nederdalen om te zien". God is rechtvaardig, Hij gaat niet af op de woorden van Zijn dienstknechten, Zijn engelen. Zijn besluit is te vernietigen als die zonden waar zijn. Maar dan wel op base dat God Zichzelf overtuigd heeft dat het besprokene waar is. God daalt neer vanuit de Hemel naar de aarde: "Ik wil het weten".
Voor de voorganger en oudsten de les, men mag kwaadsprekerij niet zonder meer als waarheid aannemen. Zij dienen zichzelf te overtuigen van of de aangewezen zonde (bijvoorbeeld van overspel, roddel) inderdaad waar is, alvorens tot tuchtiging en straf over te gaan.

Vers 22 De mannen hebben gesproken, zodat Abraham naar huis kan terugkeren. Abraham neemt de vrijmoedig om voor God te gaan staan en te belemmeren dat God Zijn weg naar de steden voortzet.
Abraham had zijn neef Lot en familie gered (Genesis 14) en zij hadden gekozen om in Sodom te gaan wonen. Nu zou God een einde maken aan hun leven, dat kon toch niet mogelijk zijn? Maar ongetwijfeld zou hij ook gedacht hebben aan de velen die woonden in deze steden. Velen die de definitief de dood zouden vinden. Hoe is de gelovige bewogen met het lot van de miljarden die heden op aarde leven. Wij zien het enorme kwaad en de openlijke uitingen van mensen volkomen in de macht van satan en demonen (Mannen die zich als vrouwen kleden, vrouwen naakt bij protesten, macumbe, tatoeage, piercing, bewuste of onbewuste aanbidding van demonen). Doen de gelovigen voorbede, spreken wij openlijk tegen het kwaad, durven voorgangers openlijk de zonde bij name te noemen in de kerk? Durven de gelovigen voor God te gaan staan om het kwaad alsnog te keren?

Vers 23 Abraham treedt nader en probeert God van gedachte te laten veranderen met argumenten: Zult U de rechtvaardige met de goddelozen vernietigen? God is toch rechtvaardig? Het kan toch niet zo zijn dat rechtvaardigen met de goddelozen sterven?
Wij zien Gods rechtvaardigheid terug in de Wederkomst van Christus. De gelovige die rechtvaardig leven leeft onder de controle van de Heilige Geest, zal worden weggenomen van de aarde voordat de Grote Verdrukking begint. De gelovige die NIET rechtvaardig leeft, zal de oordelen van God met de goddelozen ondervinden, hoewel hij of zij een tweede kans krijgt om het teken 666 aan te nemen en te kiezen voor satan, dan wel het teken 666 te weigeren en te kiezen voor God.

Verzen 24-25 Abraham denkt aan de zeer vele inwoners van Sodom en Gomorra, daar moeten nog tenminste 50 rechtvaardigen zijn. Dus doet hij een poging om God te bewegen als er 50 rechtvaardigen zijn, wilt U dan deze steden sparen. U bent immers een rechtvaardige Rechter. Geen aardse rechter die zich laat misleiden, zich kan vergissen, die zich laat omkopen, bevooroordeeld is, haat koestert. U bent de rechter die de ganse mensheid zal beoordelen.

Verzen 26-32 Abraham toont vrijmoedigheid en eerbied. Ik ben slechts stof en as, vergeef mij dat ik de vrijmoedigheid neem (verstout) om tot U te spreken. Abraham heeft mogelijk van zijn neef Lot gehoord hoe slecht en zondig de inwoners van Sodom zijn. Hij gaat twijfel en bij zichzelf te raden, mogelijk zijn het er zelf geen vijfenveertig, veertig, geen dertig, geen twintig, geen tien. Zes maal spreekt hij en doet hij een beroep op God om niet toornig op hem te worden. Zes is het getal van de mens. Sommige zeggen dat als hij zevenmaal gevraagd hebben, mogelijk de steden gespaard zal hebben. Ik betwijfel dat, want het volgende aantal zou zijn: vijf. Lot en zijn vrouw en beide dochters waren slechts vier. Om deze vier, minder dan vijf, zouden de steden niet gespaard zijn.
De gelovige kan een les leren uit deze bewogenheid en volhardendheid voor God. De gelovige dient te volharden in gebed en bewogenheid te tonen totdat hij of zij verkregen heeft wat je gevraagd hebt, en niet onmiddellijk een NEEN te accepteren van God. God duldde de vragen van Abraham, God wenste de volhardendheid en bewogenheid te zien bij hem, maar ook bij de gelovige.
Ezechiël 16:48-49 is een andere les. Het Joodse volk wordt verbannen en zwaar gestraft, zij hebben zwaardere zonden begaan dan Sodom. Hoe komt het zover met de mens? Hier vinden wij het antwoord. Satan is listig, het begint met trots, overdaad en zorgeloze rust. Zonder de ellendige en de armen te ondersteunen. Dit was een opening gaven aan satan. Het begon met "kleine" overtredingen van Gods geboden, gevolgd door egoïsme. Toen satan eenmaal een voet tussen de deur had, begonnen de zonde van vrije seks en met hetzelfde geslacht. Heden zien wij hetzelfde zich herhalen. Eerst respecteren de regeringen Gods geboden niet meer, en nu mag men bij wet met het gelijke geslacht trouwen en wordt (gesproken over het) toegestaan de seks met dieren en kinderen (pedofilie niet meer strafbaar). De kerken dienen hun afkeer en Gods wetten uit te spreken en te verdedigen. God heeft elk mens lief, maar Hij heeft de seksuele gemeenschap verboden tussen het gelijke geslacht evenzo het overspel van hetero's. In Canada en Zweden mag de gelovige zich niet meer openlijk uitspreken, zelfs niet in de kerk, zware gevangenisstraffen zijn het gevolg. De gelovige moet bidden dat God de ongelovige, maar ja ook van de gelovige, hun ogen opent voor het kwaad en wij niet ziende, blind zijn.

Vers 33 Abraham heeft zijn beroep op God uitgesproken. Nadat God Abraham geduldig had aangehoord totdat hij geëindigd was met spreken, vervolgd God Zijn weg naar de steden. En Abraham keert terug naar zijn tent. Vertrouwende op God dat Hij rechtvaardig zal handelen.

Terug naar topTerug naar boven


Genesis 19 - Verwoesting van Sodom en Gomorra

Verzen 1-2 Lot zat in de poort van Sodom, mogelijk wachtende op de terugkeer van zijn herders die de kudde weiden. Opnieuw zien wij dat Lot de bijzonderheid van deze twee personen herkend, mogelijk door hun uiterlijke schoonheid, en Lot dit ziet als twee engelen. Maar Lot weet in wat voor plaats van onreinheid en seksuele gemeenschap met hetzelfde geslacht woont. Lot staat op en gaat hen tegemoet, buigt zich neer en nodigt de twee uit om te overnachten in zijn huis. Maar zij antwoorden, Neen wij zullen overnachten op het plein. Normaal was het veilig te overnachten op het plein, de poorten werden des nachts gesloten tegen wilde dieren en dieven. Hun antwoord laat Lot nogmaals nadenken over zijn keuze op de wonen in een stad vol van afkeer van God, overtredingen van Gods wetten, een stad vol van onreinheid. Maar het is de zeer bewuste keuze van Lot om onder deze omstandigheden te wonen. Niets dwong hem daartoe.
Les: De gelovige heeft een volledige vrije keuze. De plaats waar hij woont. Voorbeeld in Zweden zijn ouders gedwongen dat hun kinderen op school er geen onderscheid is tussen jongens en meisjes (genero). Daarom verlaten christen ouders dit land en gaan wonen in een land waar Gods wetten nog worden gerespecteerd. Waar kijkt de gelovige naar op de televisie? Naar programma's vol van onreinheid, twee personen van het gelijke geslacht elkaar op de mond kussen, novels vol van overspel, programma's met onreine taal, programma's vol met mensen die halfnaakt rondlopen en duidelijk hun lichaam vol met tatoeage tonen? Niet zo verwonderlijk als men dan niet meer vol is van de Heilige Geest. Bij alles wat een christen doet en gaat, dient men zich af te vragen, is dit waar ik God de Vader en de Here Jezus Christus mee naar toe zou uitnodigen. Zouden zij naar deze programma's kijken? God laat aan jou de vrije keuze, maar jouw keuze heeft gevolgen voor je relatie met God.

Vers 3 Lot dringt sterk op hen op aan. Hij is zich heel erg bewust dat het onmogelijk is om op het plein te slapen. Hij KENT de slechtheid van de inwoners. Hij WEET wat er gebeuren gaat (vers 5) als de twee personen op het plein blijven. Duidelijk is dat de engelen in de vorm van twee mannen zijn en niet in de vorm van twee vrouwen (vers 5 mannen).
Lot is gastvrij en bereid een maaltijd en zij aten. De engelen aten zoals gewone mensen. Vergeet niet dat de mens geschapen is in Gods beeld, dus wanneer de mens geschapen is in Gods beeld, kunnen wij ervan uit gaan dat God voedsel kan eten. We laten daarbij buiten beschouwing is dit een noodzaak is.

Verzen 4-5 Alle inwoners van jong tot oud hebben de schoonheid van deze twee mannen gezien en trekken in wellust op nar het huis van Lot. De slechtheid van de oude bewoners (de ouders die het voorbeeld geven aan hun kinderen) is overgegaan op hun kinderen. Ook de jongeren willen seksuele gemeenschap met deze twee schone mannen. Alle geweten is volledig uitgeschakeld. De ouders hebben God volledig verlaten en hun voorbeeld is overgedragen op hun kinderen.
Als christen ouder is het niet voldoende om Bijbels onderwijs te geven, de kinderen de Bijbel te laten lezen, naar de zondagsschool te sturen. Jouw kinderen dienen in jouw dagelijkse leven het christelijke leven te zien, hoe jij als ouder Gods wetten respecteert, je tiende geeft, je om je naaste bekommert, de verkeersregels respecteert, kortom in heel jouw doen en laten, de Here Jezus in je herkennen.
De inwoners tonen een openlijke afwijzing om seksuele gemeenschap te hebben met de twee dochters, de gemeenschap met het andere (vrouwelijke) geslacht. ZIj wensen seksuele gemeenschap met HETZELFDE geslacht. De inwoners zijn heel duidelijk in hun verzoek, zonder enkele schaamte en openlijk: "Breng hen naar buiten, OPDAT WIJ GEMEENSCHAP MET HEN HEBBEN." Het is een seksuele gemeenschap, duidelijk vanuit vers 7. Niets geen verkeerde vertaling, de Bijbel is zeer duidelijk. God heeft de homoseksueel lief, maar de seksuele gemeenschap met hetzelfde geslacht haat God, is door HEM verboden. En in dit hoofdstuk zien wij duidelijk Gods straf.
Laat dit een duidelijke les zijn, dit is een tweede graads zonde die direct met het menselijke lichaam heeft te maken. God kan dit tijdelijk tolereren, zoals in het geval van Sodom en Gomorra, maar uiteindelijk als de mens zich niet bekeert van zijn of haar zonde, volgt de straf van God. Gelovigen die denken hun gang te kunnen gaan, bedriegen zichzelf. Overspel, pornografie, pedofilie, tatoeage, abortus, etc. zijn direct gerelateerd aan het menselijke lichaam, en zulke personen krijgen geen toegang tot het Koninkrijk van God. Waarom, zij hebben zichzelf uitgesloten, zij hebben hun geloof in Jezus Christus ongedaan gemaakt door hun zonden. Wees gewaarschuwd degenen die deze ernstige zonden praktiseren!

Verzen 6-8 Lot heeft de moed en gaat naar buiten. En is verstandig om zijn deur te sluiten, zodat de inwoners zijn huis niet kunnen binnengaan (achter hem om). Hij probeert de inwoners op andere gedachten te brengen. Doet toch geen kwaad. Lot weet dat deze inwoners ingaan tegen de wil van God. Dat het hebben van seksuele gemeenschap met hetzelfde geslacht, kwaad is in Gods ogen. Hij biedt een alternatief aan, ontmaagd en heb seksuele gemeenschap met mijn twee maagdelijke dochters. Hoe kun je als vader? Hij weet hoe slechts en gewelddadig deze mannen zijn, desondanks heeft hij er geen moeite mee zijn bloedeigen dochters dit verschrikkelijk geweld en leed te laten ondergaan. Hoe ver is hij gezonken met zijn vrije keuze om in deze stad te blijven wonen. Het ene kwaad omruilen met een ander kwaad.
Voor de gelovige de les, blijf je wonen in de plaats van geweld? In de drugswijk, waar de bendeleiders jouw maagdelijk dochter op eisen om haar te ontmaagden? Om drugs en diefstal te plegen, om drugs te voeren (ook naar andere landen). Of vertrouw je op God dat Hij je helpt wanneer je verhuist naar een plaats waar men Gods wetten respecteert?

Vers 9 De inwoners bevelen ga op zij, wie denk jij dat je bent. Jij die als vreemdeling hier bent komen wonen, wil je ons de les lezen? Wij maken de dienst uit, jij hebt hier niets te zoeken. Wil jij ons de wet stellen. Hieruit blijkt duidelijk dat hun geweten volledig niet meer werkt, zij zijn volledig in de macht van satan en demonen gekomen. Niets kan hen meer redden. God heeft hun een tijd van inkeer geven, maar de maat is vol, niets kan hen meer tot berouw brengen, zij laten God geen andere keuze dan hen te vernietigen.
Hoe gevaarlijk zijn regeringen bezig die Gods wetten niet respecteren en ja het tot goedkeuring in hun wetten maakt wat God verboden heeft!
Zij hebben hun ondergang getekend, de gevolgen zien wij (economisch). Toch is er nog hoop, men heeft voor Donald Trump gekozen, de Amerikanen hebben gebeden en gekozen. Zij willen tot berouw komen, hoewel in sommige staten men volhard in hun kwaad. In Brazilië is men tot berouw gekomen en hebben de christenen massaal gebeden en geroepen tot omkeer. Zij hebben voor een nieuwe president gekozen die openlijk God de eer geeft, die tegen abortus is, die voor Israël is en tegen de moord aanslagen van de Palestijnen. God geeft de mens en een land de kans tot inkeer te komen. Zo niet dan zijn de gevolgen voor hun rekening.
De bewoners van Sodom bevestigen hun slechtheid, zij wensen geen gemeenschap met zijn dochters maar met de mannen. Gods laatste kans om tot berouw te komen, wordt afgewezen, zij willen gemeenschap hebben met de mannen. God gaf een laatste kans tot berouw, deze wordt hier afgewezen. Hoe vaak geeft God de ongelovige (of gelovige) niet de kans om tot berouw te komen, de tijd in ernstige (dodelijke) ziekte of moeilijkheden. De keuze is aan hem of haar.

Verzen 10-11 De mannen, de engelen, trekken Lot naar binnen alvorens hij vermoord kan worden en de inwoners zijn deur openbreken. De engelen gebruiken hun macht en slaan de mensen voor de deur van Lot met blindheid, zodat zij niet meer de deur van Lots huis kunnen vinden.
Hoe is dat niet toepasselijk op de huidige maatschappij. Mensen volharden is hun zonden, verlaten Gods wetten en God slaat hen met blindheid en levert hun uit aan de macht van satan en demonen. In hun blindheid maken homo huwelijk mogelijk, staan abortus toe, worden criminelen vrijgesproken en er is geen recht meer voor de slachtoffers. De VN is voor de Palestijnen ondanks de terroristische aanslagen, de oorlog in Syrië, die meer mensen doodt dan in de oorlogen die zij gevoerd hebben met Israël. De VN veroordeelt Israël, maar niet de aanslagen door de Palestijnen. Hoe blind is de wereld.

Verzen 12-13 God laat er geen onduidelijk over bestaan, de mannen vertellen Lot deze plaats verwoest gaat worden. Zij vragen Lot wie zijn nog meer hier in huis, schoonzoons, zonen, dochters, of meer in deze stad? Een onnodige vraag want zij als engelen weten het antwoord. Maar het bepaalt bij Lot. Vreemd genoeg zijn geen van zijn dienstknechten en dienstmaagden in dienst van Lot gelovig. Dat bewijst hoe Lot zich vermengd heeft met het kwade.
De mannen vertellen duidelijk aan Lot: de HERE heeft ons gezonden tot verwoesting van deze plaats. Niet zij zelf, hebben tot deze actie besloten, het is de opdracht van de Here God Zelf.
Wij zien dat de engelen van God twee taken hebben: de redding van gelovigen, de verwoesting van de plaats. Het goede en het kwade, beiden de uitvoering van GODS WIL.Lot wordt een kans geboden om andere te redden: of wie je ook hebt in deze stad. Het is de taak van de gelovige om het evangelie te verkondigen en ongelovigen de kans te bieden tot redding.

Vers 14 Lot gaat heen en sprak met zijn schoonzoons. Voor mij is het onwaarschijnlijk dat de schoonzoons bij hem in huis woonden. Zo onder de bescherming van de engelen en blindheid van de inwoners gaat Lot naar de huizen van zijn schoonzoons, de mannen die met zijn dochters zouden trouwen. Mogelijk had Lot nog hoop want hoewel de inwoners Gods wetten niet respecteerde, respecteerden deze twee schoonzoons om GEEN seksuele gemeenschap voor het huwelijk te hebben met de dochters van Lot. Laat dat een les zijn voor de gelovigen die nu seks hebben voor het huwelijk!
Hoe dwaas waren deze schoonzoons, maar zo ook de ongelovigen heden. Zij geloven niet in het bestaan van een God, leven na de dood, een God Die oordeelt en straf, in het bestaan van een hel en poel des vuurs. Volledig blind en in de macht van satan en demonen, ja zelfs erger in aanbidding van demonen en bewust het kwade doen. Iemand vermoorden slechts voor een mobiele telefoon. Iemand koelbloedig vermoorden zelfs nadat de dief ontvangen heeft wat gevraagd is. De dief is in een koelbloedig moordenaar veranderd die zelfs zwangere vrouwen vermoord en de moeder doodt in nabij van haar kinderen. Hoe meer het einde van de wereld naderbij komt en het oordeel van God, hoe afschuwelijker de daden van de mens. Satan en demonen proberen uit alle macht om de mensheid te vernietigen, wetende dat hun macht ten einde komt.
Hoe fout was Lot niet in het toestaan van verkering van zijn dochters met ongelovige mannen. Lot vertelt dat God de stad gaat vernietigen. Het is een wanhoopspoging. Lot WIST dat de schoondochters niet in God geloofden, maar hij doet een laatste poging. Is de gelovige ook zo volhardend dat hij of zij een poging toe tot het laatste toe om de ongelovige tot inkeer te brengen, of wordt opgegeven? Deze les geldt ook voor mij, zelfs na iemand met ongeneeslijke en dodelijke ziekte, volhardt om niet tot geloof te komen, Jezus Christus niet wenst te aanvaarden als Verlosser. Ja, zelfs niet meer wenst te horen over het evangelie. Hoe gaan wij daar mee om?
De schoonzoons zien Lot als een belachelijk persoon, een dwaas persoon. Hoe is de gelovige niet een belachelijk en dwaas persoon in de ogen van een ongelovige, zelfs als de dood van de ongelovige wordt aangekondigd. Toch rust op de gelovige de taak van waarschuwing (Ezechiël 3:17-19). De ongelovige mag niet voor Gods troon na zijn of haar dood aan God kunnen antwoorden: Ik heb niet geweten, ik ben niet gewaarschuwd. De taak van waarschuwing rust op iedere individuele gelovige.

Verzen 15-17 Er gaat een nacht over heen. Mogelijk heeft Lot een lang gesprek gehad in elk huis van zijn schoonzoons. Het is dageraad geworden. Lot is terug in zijn eigen huis. De engelen dringen er bij Lot op aan zijn vrouw en twee dochters te nemen. Toen hij niet wilde luisteren naar deze woorden van de engelen, namen zij hen BIJ DE HAND en geleiden hen buiten de stad. En bevolen: vlucht voor jullie leven naar het gebergte. God wenst de levens van deze vier mensen te sparen. Maar met een gebod: KIJK NIET OM. Lot had naar de rijkdom gekeken die het land hem bood, nu moest hij alles achterlaten, zijn huis zijn bezittingen, naakt vluchten voor zijn leven. Lot had naar de rijkdom gekeken ondanks al zonden die de bewoners deden. Nu moest hij alles achterlaten en vluchten om in leven te blijven. Hoe kijken sommige geloven niet naar de rijkdom die de wereld hen te bieden heeft en leven in de wereld en vergeten te leven onder controle van de Heilige Geest. Hun lot is gelijk aan die van de vijf dwaze maagden of in het gunste geval van 1 Corintiërs 3:15 gered als door het vuur heen. God laat NIET MET ZICH SPOTTEN.

Verzen 18-20 Lot ziet het niet zitten en vraagt genade. Mogelijk was de afstand tot het gebergte te groot en was Lot bang dat zij niet op tijd het gebergte zouden bereiken. Hij doet het verzoek om naar een stad dichterbij te mogen vluchten. Of was het dat Lot niet in de bergen wenste te wonen maar zocht te wonen in een stad, welke mogelijk meer mogelijkheden bood?

Verzen 21-23 De engel schenkt zijn verzoek, niet omdat het hem aangenaam is, maar slechts om Lot ter wille te zijn. In vers 30 zien wij dat Lot zijn dwaas verzoek zich realiseert en wegtrekt uit de stad Soar en naar de bergen gaat, wat de engelen hem bevolen had.
De engel willigt het verzoek in, maar met het gebod om te haasten. Lot, zijn vrouw en twee dochters verlieten Sodom bij dageraad en komen in Soar aan toen de zon over de aarde was opgegaan.
Daar de engelen niet slechts het gebod hadden van God om de plaats te vernietigen, maar ook Lot en zijn gezin te redden, informeert de engel dat hij niets kan doen voordat Lot en zijn gezin in veiligheid zijn. Nadat zal de vernietiging van de plaats starten. Dit kan een bewijs zijn dat God geen kwaad kan verrichten alvorens de oprechte gelovigen te redden. Dit betekent dat de gelovigen die leven onder controle van de Heilige Geest en de Wil van God, bewaard blijven voor de Grote Verdrukking en voor die tijd de Wederkomst van Christus plaats vindt en gered worden.

Zwavel en vuur op Sodom

Verzen 24-25 De vernietiging door zwavel en vuur op Sodom en Gomorra is een oordeel van God. Niet door een toevallige aardbeving, het is de straf van God die geschiedt. Geen mens kan zwavel overleven. Een mengsel van zwavel, kool en teer is uiterst brandbaar. Zwaveldioxide is zeer giftig en wij zien de vele doden die vallen bij een vulkaanuitbarsting met zijn zwavel. Vandaar dat Lot en zijn gezin naar het gebergte moesten vluchten om niet door de zwavel vergiftigd te worden. Hier is geen sprake van een vulkaanuitbarsting want er zijn geen vulkanen in dit gebied aanwezig. Duidelijk is dit het werk van God middels deze twee engelen. Niets overleeft, geen mens, geen dier, geen gewas. Het is een grondige vernietiging. Wat een beeld van de poel des vuurs, maar daar leeft de ongelovige mens voor eeuwig onder tandengeknars.

Vers 26 De regen van zwavel en vuur moet een enorm lawaai hebben gemaakt. Zie de ongehoorzaamheid van de vrouw van Lot. Zij is eigenwijs, geen vrees voor wat de engel heeft gezegd in vers 17. Zij is gewaarschuwd, desondanks kijkt zij om. De schrijver Mozes geeft geen reden waarom zij achter om kijkt.

Verzen 27-29 Vroeg in de ochtend staat Abraham op en begeeft zich naar de plaats waar de engelen de vernietiging van Sodom en Gomorra heeft aangekondigd. Mogelijk wilde hij weten of er 10 rechtvaardigen aanwezig waren om de vernietiging tegen te houden. Nu ziet hij met eigen ogen de rook die opstijgt van de zwavel en vuur, helaas er waren onvoldoende rechtvaardigen aanwezig. Wij kunnen ons onmogelijks indenken wat er door Abraham heen ging, maar God wel, in vers 29 gedenkt God aan Abraham.

Vers 30 Lot is gevlucht naar de kleine stad Soar, maar waarschijnlijk beoefende de inwoners dezelfde zonden als die in Sodom, uit angst verlaat Lot deze stad en is nu uiteindelijk gehoorzaam en vestigt zich met zijn gezin in een spelonk. Hoe zeer ontvangt Lot zijn straf om in het zondige Sodom te gaan en BLIJVEN wonen. Hij zocht rijkdom in de wereld. Nu is alles hem ontnomen. Zijn rijkdom, zijn dienstknechten en dienstmaagden, zijn vee, zijn huis, ja zelfs zijn vrouw is veranderd in een zoutpilaar. Lot heeft niets, slechts zijn twee dochters. Of Lot naar Abraham is gegaan en om hulp gevraagd heeft en enkele stuks vee om te overleven, vermeldt de Bijbel niet. Maar in de volgende verzen wordt overduidelijk dat Lot zijn les NIET geleerd heeft. Waar de wijn vandaan komt, vermeldt de Bijbel niet, was Lot in staat geweest een wijngaard te planten in het gebergte?

Verzen 31-32 De oudste dochter, de eerstgeborene, neemt het initiatief. Zie hoe sterk de wens is bij de Hebreeën om kinderen te krijgen en de naam van het geslacht voort te zetten. Zij hebben de straf door God gezien op zonde middels de vernietiging van Sodom. Desondanks schrikt zij niet terug om incest te plegen en haar jongere zus ook hiertoe aan te zetten. Haar oom Abraham heeft geen kinderen met wie zij kunnen trouwen. Zij waren verloofd? (schoonzoons) met mannen uit Sodom. Reeds een zeer ernstige zonden. De les hadden zij geleerd, zij zochten zich geen man uit de kleine stad waar zij eerder verbleven. Zij accepteerden niet om kinderloos te sterven, en dus grepen zij naar de enige mogelijkheid, het zaad van hun vader en incest te plegen.
De oudste dochter weet dat haar vader van wijn houdt. De grote zonde van Lot, geen les geleerd van Sodom. Lot dronk tot dronkenschap toe zodat hij alle bewustheid van zijn daden verloor. De oudste dochter gaat hiervan gebruik maken. Zwanger worden middels seksuele gemeenschap wanneer hun vader niet meer bewust is van wat hij doet.

Verzen 33-35 Hoe bewust en kennis hebben deze dochters van het seksuele leven. Bewust van het EXACTE tijdstip om zwanger te worden. In die tijd had men nog geen hulpmiddelen om de dag van bevruchting te bepalen. Zij hadden die kennis. Hoe synchroon verlopen de menstruatie en tijd van vruchtbaar zijn tussen de twee dochters. Eerst de oudste dochter en de volgende dag reeds de jongere zus.
Lot houdt van wijn en laat zich rijkelijk bedienen door zijn twee dochters van wijn tot aan volkomen dronkenschap en niet meer bewust zijn. Eerst heeft de oudste dochter seksuele gemeenschap met haar vader. Bedenk dat zij maagd was (19:8), dus zij ontmaagde zichzelf en zij de kennis had om haar dronken vader tot een zaadlozing te brengen. Hetzelfde herhaalde zich de volgende dag bij de jongere zuster. Een perfecte planning, maar ook een zeer bewuste zonde. Geen enkel respect voor God, de kinderwens is sterker dan ontzag voor Gods geboden.
De afschuwelijke gevolgen zien wij in vers 37 en 38.
Hoe is het met de christen? Is de wens voor een verlangen sterker dan ontzag voor Gods geboden en niet terug deinst voor een grove zonde?

Verzen 36-38 De seksuele gemeenschap en hun kennis van de dag van vruchtbaarheid heeft succes. Beiden worden zwanger. Hoe hun vader en hun oom Abraham hebben gereageerd, vermeldt de Bijbel niet. Ongetwijfeld zal Abraham na deze kennis zeer ontsteld en bedroefd zijn geweest.
Hoe belangrijk is het dat christen ouders hun zonen en dochters Gods geboden onderwijzen. Geen seks voor het huwelijk. Of is er geen moeite mee als de ongetrouwde dochter thuis komt met: "Ik ben zwanger" of de ongetrouwde zoon zegt: "Ik heb mijn vriendin zwanger gemaakt"? En erger als daarna geen huwelijk wordt gesloten. Vaak eindigen dit soort huwelijken in echtscheiding vanwege het gebrek aan respect, egoïsme, lust en gebrek aan zelfbeheersing. En het (ongewenste) kind is het slachtoffer en betaalt de prijs.
De oudste dochter baart Moab, de vader van de Moabieten. De jongere zus baart Ben-Ammi, de vader van de Ammonieten. Deze twee nageslachten en de daaruit voortgekomen volken zullen de ergste vijanden worden van de Israëlieten. Dienaars van afgoden, die de Israëlieten verleiden tot afgodendienst met als resultaat de straf van God en verdrijving uit het Beloofde Land.
Het gevolg dat Abraham zijn neef Lot niet achterliet in Ur en tegen Gods gebod in mee nam naar het Beloofde Land, heeft ernstige gevolgen.
Bewust zondigen heeft ernstige gevolgen, waarvan de gevolgen vaak niet te zijn te overzien. Ook nadat mogelijk een bewust begane zonde wordt beleden, God neemt NIET de gevolgen weg. Hij vergeeft na schuldbelijdenis, echter de gevolgen blijven voor de mens. Een voorbeeld een meisje heeft gemeenschap voor het huwelijk, maar de verloving raakt uit. Zij trouwt met een andere man, zij en deze man zullen moeten aanvaarden dat zij niet als maagd trouwt. Vele zijn de verhalen van trauma's en schuldgevoelens na een abortus. Dit zijn slechts simpele voorbeelden. Wees bewust eer je een bewuste zonde begaat en tegen Gods geboden en wil in gaat. Consequenties blijven voor jou!

Terug naar topTerug naar boven


Genesis 20 - Abraham in het Zuiderland

Vers 1 Er wordt geen reden gegeven waarom Abraham naar het Zuiderland gaat, mogelijk dat de geur van zwavel zich verspreidde over de wijde omtrek van Sodom en Gomorra. Zoals ook het geval is na een vulkaanuitbarsting, gedurende lange tijd de omgeving onbewoonbaar wordt. Abraham en zijn vrouw, met zijn bezittingen gaan naar een nieuw gebied, waar hij onder een nieuwe heerser Abimelek gaan wonen. Mogelijk nu een definitieve scheiding tussen hem en Lot, die in het gebergte is gaan wonen.

Vers 2 Net zo als in Egypte valt het oog van de heerser op de schoonheid van Sara. Die moet toch wel buitengewoon zijn geweest, want Sara is reeds 90 jaar. Zie hoe weinig vertrouwen en geloof Abraham heeft. De engelen hebben Abraham medegedeeld dat over een jaar, Sara hun zoon gebaard zal hebben. Hoe is het mogelijk dat Abraham geen vertrouwen heeft en zijn vrouw laat zeggen: ik ben een zuster van Abraham. Wetende dat de intentie van Abimelek is om seksuele gemeenschap met zijn vrouw te hebben. Een bewust toestaan van overspel en absoluut geen vertrouwen in Zijn God. Hij heeft de les van Egypte niet geleerd. Toen strafte God de koning Farao. Wat heeft Abraham bezield? Om seksuele gemeenschap met een andere man toe te laten, terwijl hem beloofd was, dat zijn eigen vrouw uit hem zwanger zou worden. Een zeer grove en ernstige zonde.
Sara heeft geruime tijd bij Abimelek gewoond, want in vers 18 lezen wij dat Abimeleks huis onvruchtbaar was geworden. Elke moederschoot was toegesloten.

Verzen 3-4 Was Abimelek zich bewust geworden dat de vrouwen in zijn huis niet meer zwanger werden. Had hij tot zijn goden geroepen voor een verklaring? God is rechtvaardig. God duldt geen overspel. Maar let op, vers 4 zegt dat Abimelek nog geen seksuele gemeenschap met Sara heeft gehad. Toch zegt God in een droom: Je bent een kind des doods, zijn huis was immers onvruchtbaar geworden. Omdat je de vrouw van je naaste hebt genomen. Reeds het begeren van de naaste, het overtreden van het tiende gebod van de Tien Geboden, was voldoende voor Gods straf. Duidelijk is dat God niet lichtzinnig denkt over overspel.
Abimelek wijst de beschuldiging af. En doet een beroep op God, zult U een geheel volk straffen voor mijn persoonlijke zonde? Mogelijk had hij gehoord over de vernietiging van Sodom en Gomorra. Maar ook doet hij een beroep op zijn onschuld in vers 5. God dreigt met een verklaring van je bent een kind des doods. God geeft een waarschuwing. God tolereert geen (seksuele) lust en begeren. Jezus zegt het duidelijk in Mattheüs 5:27 Je zult niet echtbreken. Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft reeds overspel met haar gepleegd. Het wensen is reeds voldoende. De wens is reeds zonde voor God. De wens kan tot daad leiden. De daad is dan een bewuste zonde. Dus reeds bij de wens moet de zonde beleden worden en gevraagd worden om weg te nemen. Laten wij als gelovige niet lichtzinnig denken over onze gedachten en begeren. In het bijzonder het begeren van onze naaste. Dat strekt zich ook uit tot jaloersheid op wat de ander heeft. Rijkdom, gezondheid, een mooie auto, een goede baan hebben.
Satan bedrog Eva met een halve waarheid. Hier wordt Abimelek bedrogen door de halve waarheden van Abraham en Sara. Wees als gelovige bedacht om deze valse waarheden, die bedrog zijn van satan.

Vers 5 Abimelek wijst de beschuldiging af. Hij beroept zich op het feit dat Abraham heeft gezegd: Zij is mijn zuster. Abraham als hoofd van het gezin, heeft gelogen. Zie hoe in vers 12 hoe hij zich tracht te rechtvaardigen. Maar Sara is ook niet onschuldig, zij heeft de leugen van haar man bevestigd. Abimelek wijst op grond van deze twee verklaringen, zijn schuld af. Denk wat de Bijbel zegt: Op grond van twee verklaringen, zal de zaak vaststaan. Zo is God onrechtvaardig in Zijn beschuldiging? Nee, het antwoord volgt in vers 6. Maar de begeerte is reeds de basis.

Vers 6 Let goed op de woorden van God: IK weet. Ik weet dat je gehandeld hebt in onschuld uws harten. Hij handelde door bedrog van Abraham en Sara. Hoe sluw is satan niet. Bijbels in de wachtruimte van acupunctuur, magnetiseur, Pilatus en yoga. Hoe worden gelovigen niet misleid? Maar voor de gelovige die onder controle leeft van de Heilige Geest, is het de Geest die waarschuwt. Het is aan de gelovige om naar de stem van de Geest te luisteren. Daarna is de keuze aan de gelovige.
God zegt in de droom: IK heb u weerhouden om te zondigen. Abimelek had nog niet gezondigd met de gemeenschap met Sara. IK heb u weerhouden om seksuele gemeenschap met haar te hebben. Let op de belangrijkheid van deze worden. Deze verklaring is belangrijk. Men kan niet zeggen dat Sara zwanger zou zijn geworden van Abimelek.
Ofschoon het antwoord van Abimelek waar is, gaat hij niet vrij uit in de ogen van God. De wereld mag hem vrijspreken. God wijst op zijn begeren en in vers 14 de betaling van de boete.

Vers 7 God geeft de opdracht: Breng de vrouw aan haar man terug, opdat u in leven blijft. Zo niet, voorzeker zult u sterven met al de uwen. Abraham zal voor u bidden.
Jakobus 5:14-16 Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.
Efeze 4:30 Bedroef de Heilige Geest niet. Weerstaat men Gods waarschuwing, volhardt men in de zonde, dan volgt de dood, zoals aangekondigd bij Abimelek. Geen natuurlijke dood, maar een geestelijk dood. Of dit betekent dat men dan tot de vijf dwaze maagden gaat behoren, God weet het. In dat geval blijft de gelovige achter op aarde bij de Wederkomst van Christus. Men dient Gods waarschuwingen serieus te nemen. God tolereert geen zonde. Elke onbeleden zonde en vooral het bewust leven in zonde, heeft ernstige consequentie. Helaas hoor ik weinig hierover in de kerk. Het is zielen winnen in de prediking. Maar hoe te leven als christen, hoor je weinig. Vaak ontbreekt een duidelijke preek over het leven onder controle van de Heilige Geest. De preek van een heilig leven tot eer van God.

Vers 8 Abimelek neemt Gods waarschuwing ernstig. Onmiddellijk na de droom in de nacht, ga hij direct tot actie over in de ochtend. Hij stelt niet uit, geen wachten. Maar zie de houding van hem. Geen actie in het geheim. Geen wegsturen van Sara naar Abraham. NEEN, hij roept al zijn dienaren en brengt alles ter kennis. Het gevolg de dienaren worden zeer bevreesd. Mogelijk met de gedachten aan Sodom en Gomorra. God waarschuwt en dreigt met de dood. Nineve werd gedreigd met de dood door God. De inwoners van Nineve namen de boodschap serieus, en ontvingen redding. De zonde van Sodom en Gomorra, de zonde van de mens, zijn duidelijk. Het is aan de mens om deze waarschuwingen serieus te nemen en tot berouw te komen. Wijst men Gods waarschuwing af, dan volgt de eeuwige dood in de poel des vuurs.
Abimelek hield de waarschuwing niet voor zich. Zo dient de gelovige en de kerk de waarschuwing van God niet voor zich te houden. De gelovige kan persoonlijk getuigen, het evangelie brengen. Acht men zich onbekwaam dan kan men bijdragen middels uitdelen van Bijbel traktaten en Bijbels. Financiële ondersteuning aan evangelie campagne en zending. Ondersteuning middels hulp aan evangelische kindertehuizen en sociale projecten.
Evenzo hebben de kerken en alle gelovigen tezamen de plicht, een waarschuwing te geven aan hun regering wanneer zij Gods wetten niet langer respecteren. Het is hun plicht de stem van God te laten horen. Dat kan door protest marsen. Door verkondiging op de televisie en internet. En onderwijs van de kerken aan hun kerkleden.

Vers 9 Abimelek roept Abraham ter verantwoording. U hebt dingen gedaan die niet gedaan mochten worden. Tegenover mij en mijn koninkrijk heb je een GROTE zonde gebracht. Abimelek schuift geen schuld af, maar wijst op de daden van Abraham en de gevolgen van Abrahams daden.
Straks in de Hemel zal ELK mens ter verantwoording worden geroepen over zijn of haar daden op aarde. 1 Cor. 3:11-17 Het loon voor de werken van de gelovige. 2 Cor. 5:10 Want wij (gelovigen) moeten ALLEN voor de rechterstoel van Christus verschijnen. Openbaring 20:11-15 En ik zag de doden (de ongelovigen) staande voor Gods troon .... En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.
God is niet onduidelijk. God waarschuwt. De meeste mensen in deze wereld hebben toegang tot internet en televisie. Er is voldoende op internet te vinden, gratis Bijbels en Bijbel commentaren. Hoewel enkele valse uitleggingen geven, zo wees gewaarschuwd. Televisie met evangelie verkondiging. De mens kan zich niet langer beroepen op "Ik heb niet geweten". De toegang tot Gods Woord is vrij.

Vers 10 Abimelek vraagt Abraham: Wat was je doel, toen je mij de halve waarheid vertelde. Hij geeft Abraham een eerlijke kans zich te verdedigen.
Zijn wij bereid om te luisteren naar de verdediging van een broeder of zuster in de Here? Of gaan we direct over tot veroordeling en tuchtiging? Wees voorzichtig wanneer je iemand ziet zondigen (in jouw ogen) en te beschuldigen. Geef een eerlijke kans om de persoon te horen wat hij of zij tot verdediging heeft te zeggen.

Verzen 11-12 Abraham verdedigt zichzelf met: Mogelijk was er geen vrees voor God onder uw inwoners. Dit bewijst dat hij geen kennis had van de plaats waar hij ging wonen. Hij beschuldigt, zonder kennis, dat mogelijk de koning en zijn inwoners hem zouden doden om zijn vrouw. Wat een beschuldiging!
Maar ook een bewijs dat hij niet op zijn God vertrouwde. Op Zijn bescherming tegen een eventueel kwaad van de inwoners. Ja, veel erger, ondanks de belofte van God, dat zij over een jaar hun eigen kind zouden hebben. Laat dit een ernstige les zijn voor de gelovige. De gelovige is geroepen tot verkondiging van Gods wetten en het evangelie. Helaas zoals in Canada kan dat betekenen gevangenisstraf, maar ook in de gevangenis preekt men het evangelie. De gelovige MOET DE WAARHEID SPREKEN! Geef niet toe aan angst, ingegeven door satan.
Abraham beroept op zichzelf, zij is werkelijk mijn zuster, dat wil zeggen zijn halfzuster. Maar dat rechtvaardigt niet. Abraham kende de intentie van de koning, de gemeenschap met zijn vrouw. Hij WIST dat deze ontbrekende informatie tot overspel van de koning zou leiden. Hij WIST dat God dit niet zou dulden, gezien zijn ervaring in Egypte met Farao. Het is een zondig excuus. Hij zondigde door bewust te zeggen: zij is mijn zuster en daarbij te verzwijgen zij is mijn vrouw.

Vers 13 Zie hier hoe bewust de zonde is van Abraham. Reeds bij het vertrek uit Ur, Abraham als hoofd van het gezin, reeds de bewuste zonde. Zeg op elke plaats, hij is mijn broeder. De volledige ontkenning van zijn huwelijk. Is niet het trouwen op het stadhuis en in de kerk een OPENBARE verkondiging, blijf af, wij zijn getrouwd. Zij is mijn vrouw, ik ben haar man. Absoluut geen vertrouwen op zijn God, die hem uit Ur leidde naar het Beloofde Land. Geen vertrouwen in de bescherming van zijn God. Zowel in Egypte als hier, moest God Persoonlijk ingrijpen om de daad van overspel te voorkomen. Een daad die door de bewuste zonde van Abraham tot vernietiging van een gehele natie zou leiden. Het is God Zelf, die moet ingrijpen om "onschuldige" te bewaren. Niet volledig onschuldig, want de koningen waren door lust bevangen.
Hoe is het gesteld met de gelovige? Is zijn of haar angst groter voor eventuele gevolgen, dan het vertrouwen in God? De angst voor de straf van hun regering, angst voor geweld van ongelovigen, mogelijk de dood? Ongelovigen kunnen de gelovige verwonden of doden. Maar dood leidt tot een onmiddellijk leven in het Paradijs en bij de Wederkomst van Christus tot een leven in de Hemel. Sommige gelovigen worden zwaar beproefd met vervolgingen in hun land. Maar Jezus heeft niet vrijgesproken en vertelt wat ons mogelijk te wachten staat.
Abraham geeft ook nog een andere verklaring: Het is God Die mij laat rondzwerven. Vertrek uit Ur, geen vaste verblijfplaats in het Beloofde land, naar Egypte, nu bij u. Keer op keer angst voor wat mogelijk de bewoners tegen mij, mijn vrouw, mijn dienaren en vee zouden kunnen doen. Ook de gelovige leeft in de wereld van satan en demonen. Leeft nog niet in de Hemel. Voorgangers en zendelingen worden van plaats tot plaats gestuurd. Maar het vertrouwen in God dient voorop te staan. De Here Jezus Christus heeft satan en demonen overwonnen, Hij is machtiger.

Verzen 14-15 Farao had Abraham bevolen om zijn land te verlaten met de rijkdom die Farao hem schonk. Abimelek schenkt vee, slaven en slavinnen aan Abraham. En hij mag met deze geschenken in het land van de koning BLIJVEN wonen. Hoewel Abimelek de schuld had van lust, maar niet aan overspel, schenkt hij toch. Zijn vrouw wordt teruggegeven. Geen zonde van overspel wordt begaan. Abimelek heeft medelijden met Abraham voor zijn vele omzwervingen en laat hem wonen in zijn land. Abimelek heeft de woorden van God gehoord in vers 7, hij is een profeet. Farao had angst voor God en verdreef Abraham uit Egypte. Abimelek heeft de waarschuwing van God gehoord, geen vrees maar dankbaarheid voor de waarschuwing. Uit dankbaarheid schenkt hij vele geschenken en laat hij Abraham wonen in zijn land.

Vers 16 Dit vers laat zich moeilijk te verklaren. Wat was de reden dat Abimelek duizend zilverstukken gaf. Een erkentenis en boetedoening voor zijn lust?
Geen enkele verklaring voor wat de schrijver Mozes bedoeld met "dat zal voor u de ogen bedekken". Waarom een schenking aan Abraham. Het was Sara die bij Abimelek leefde met angst voor de seksuele gemeenschap met hem? Zij was degene die geleden had, maar de verwerping van haar man, dat zij met hem getrouwd was.

Vers 17 Het is de taak van Abraham voor voorbede te doen voor het huis van Abimelek. Op zijn gebed wordt genezing geschonken.
Wij zien dit terug in de miljoenen voorbeden van de gelovigen in Amerika en Brazilië. God antwoordt met presidenten die respect hebben voor God. De ambassade is verplaatst naar Jeruzalem en daarmede aan de wereld verkondigen: Israël is Gods volk. Israël is hun staat met Jeruzalem als hoofdstad. Het wordt hoog tijd dat gelovigen openlijk de Here Jezus Christus belijden. De noodzaak van een verdediging van Gods wetten. De noodzaak van een leven onder controle van de Heilige Geest.

Vers 18 Een laatste verklaring wordt gegeven: zwangerschappen waren uitgebleven in het huis (het koninkrijk?) van Abimelek. God waarschuwt bij onbewuste zonden. God straft bij bewuste zonden. Een natie die bewust Gods wetten overtreedt en erger wetten aanneemt wat God verboden heeft, zal de consequenties ervaren. Naties die bewust de staat Israël afwijzen, zullen zonder Gods zegen blijven. Denk aan armoede, economische crisissen. Maar dat kan ook betrekking hebben op het persoonlijke leven van de christen.

Terug naar topTerug naar boven